De Belegger

Macro · 16 september 2026 · 5 min leestijd

Prinsjesdag brengt groot box 3-nieuws en dit kan er vanaf 2028 veranderen

Voor Nederlandse beleggers was Box 3 opnieuw een belangrijk onderwerp tijdens Prinsjesdag. Al jarenlang probeert de overheid een oplossing te vinden voor de belasting op spaargeld, aandelen en ander vermogen. Vanaf 2028 moet eindelijk een compleet nieuw systeem worden ingevoerd, maar juist daar komt nu opnieuw beweging in. Het kabinet heeft tijdens Prinsjesdag namelijk bevestigd dat het Box 3 uite

Voor Nederlandse beleggers was Box 3 opnieuw een belangrijk onderwerp tijdens Prinsjesdag. Al jarenlang probeert de overheid een oplossing te vinden voor de belasting op spaargeld, aandelen en ander vermogen. Vanaf 2028 moet eindelijk een compleet nieuw systeem worden ingevoerd, maar juist daar komt nu opnieuw beweging in.

Het kabinet heeft tijdens Prinsjesdag namelijk bevestigd dat het Box 3 uiteindelijk verder wil ontwikkelen richting een vermogenswinstbelasting. Dat klinkt misschien als een technisch belastingdetail, maar voor beleggers kan het verschil behoorlijk groot zijn.

Het draait uiteindelijk om één simpele vraag: betaal je belasting over een koerswinst terwijl je de aandelen nog bezit, of pas wanneer je de winst daadwerkelijk realiseert door de aandelen te verkopen?

Direct naar een onderdeel van dit artikel

Eerst even: hoe werkt Box 3 nu?

Op dit moment zit Nederland nog in een overgangssysteem. Voor spaargeld, beleggingen en andere bezittingen rekent de Belastingdienst in eerste instantie met forfaitaire rendementen. Dat zijn door de overheid vastgestelde rendementen en dus niet automatisch de rendementen die iemand daadwerkelijk heeft behaald.

Door verschillende uitspraken van de Hoge Raad is daar inmiddels een belangrijke mogelijkheid bij gekomen. Wanneer het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kan een belastingplichtige onder voorwaarden het lagere werkelijke rendement doorgeven.

Het kabinet wil uiteindelijk van dit tijdelijke systeem af. Vanaf 1 januari 2028 moet daarom de Wet werkelijk rendement Box 3 ingaan. De Tweede Kamer heeft dat wetsvoorstel op 12 februari 2026 aangenomen. De Eerste Kamer moet het voorstel nog behandelen.

Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.

Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.

Word lid!

Wat zou er vanaf 2028 veranderen?

Het idee achter het nieuwe systeem is op het eerste gezicht vrij logisch. In plaats van uit te gaan van een fictief rendement, kijkt de Belastingdienst naar wat iemand daadwerkelijk met zijn vermogen verdient.

Daarbij gaat het bijvoorbeeld om rente op spaargeld en dividend uit aandelen. Maar bij beleggingen is er nog iets anders belangrijk: de stijging of daling van de waarde.

En precies daar ontstaat de discussie. Het wetsvoorstel dat momenteel als basis dient voor 2028 werkt voor veel beleggingen met een zogenoemde vermogensaanwasbelasting. Daarbij kan een waardestijging van aandelen ieder jaar worden meegenomen bij het berekenen van het rendement, ook wanneer de belegger zijn aandelen helemaal niet heeft verkocht.

Een simpel voorbeeld met €100.000

Onderdeel
Onderdeel
Bedrag
Waarde portefeuille begin jaar
€100.000
Waarde portefeuille einde jaar
€120.000
Waardestijging
€20.000
Aandelen verkocht?
Nee
Belastbare koerswinst in voorbeeld
€20.000
Voorbeeldtarief
36%
Belasting over koerswinst
€7.200
Moment van belasting
Direct over dat jaar

Maar wat gebeurt er als je niet verkoopt?

Stel nu dat dezelfde belegger zijn aandelen helemaal niet wil verkopen. Hij is een langetermijnbelegger en wil de portefeuille misschien twintig jaar vasthouden. Onder een vermogensaanwassysteem kan de waardestijging gedurende die periode toch jaarlijks onderdeel zijn van de belastingberekening.

Daartegenover staat een vermogenswinstbelasting. Bij zo'n systeem wordt de waardestijging in beginsel pas belast wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Moment
Moment
Waarde portefeuille
Gerealiseerde koerswinst
Belastingmoment?
Aankoop
€100.000
€0
Nee
Na 1 jaar
€120.000
€0
Nee
Aandelen blijven in bezit
€120.000
€0
Nee
Latere verkoop
€150.000
€50.000
Ja
Belastbare koerswinst bij verkoop
€50.000
Bij verkoop

Waarom dat voor beleggers zoveel verschil kan maken

Het interessante zit niet alleen in het moment waarop iemand belasting moet betalen. Er kan ook een rente-op-rente-effect ontstaan.

Neem opnieuw de €20.000 koerswinst uit het eerste voorbeeld. Bij een vermogensaanwasbelasting zou in ons sterk vereenvoudigde voorbeeld €7.200 belasting verschuldigd zijn. Dat geld kan daarna niet meer jarenlang in de portefeuille blijven renderen.

Bij een vermogenswinstbelasting kan de belastingheffing over de waardestijging worden uitgesteld zolang de belegger niet verkoopt. Het vermogen dat anders naar de Belastingdienst zou gaan, kan daardoor langer belegd blijven.

Stel puur ter illustratie dat die €7.200 nog tien jaar belegd zou kunnen blijven tegen gemiddeld 7 procent rendement per jaar.

Na tien jaar zou €7.200 bij dat rendement zijn uitgegroeid tot ongeveer €14.200. Dat betekent niet dat de belasting verdwijnt. Bij verkoop kan immers alsnog belasting verschuldigd zijn. Het grote verschil is wanneer die belasting wordt betaald.

Voor beleggers met een lange horizon kan dat uitstel daarom financieel behoorlijk relevant zijn.

En juist daar kwam tijdens Prinsjesdag nieuws over

Het bijzondere is dat het huidige wetsvoorstel voor 2028 nog steeds als basis dient. Daarin staat voor veel aandelen en andere bezittingen een vermogensaanwasbelasting centraal. Voor bepaalde bezittingen, waaronder onroerend goed en kwalificerende aandelen in startups en scale-ups, bevat het voorstel uitzonderingen waarbij de waardeverandering pas bij realisatie wordt belast.

Maar het kabinet wil verder gaan. Tijdens Prinsjesdag maakte het kabinet duidelijk dat zorgvuldig naar de definitieve vormgeving van Box 3 moet worden gekeken. In het coalitieakkoord was al afgesproken om het nieuwe stelsel door te ontwikkelen richting een vermogenswinstsystematiek.

Het kabinet zegt daarom de komende periode met concrete voorstellen te komen. Die moeten bij het eerstvolgende budgettaire besluitvormingsmoment worden verwerkt.

Minister van Financiën Eelco Heinen was tijdens de aanbieding van de Miljoenennota zelfs behoorlijk duidelijk over die richting. Volgens hem komt het kabinet snel met een breed gedragen en definitief voorstel om Box 3 richting een vermogenswinstbelasting te bewegen.

Is de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 dan al zeker?

Nee, en dat is misschien wel het belangrijkste onderscheid. Het huidige wetsvoorstel voor 2028 is nog steeds de basis. Daarin wordt voor veel beleggingen uitgegaan van jaarlijkse belasting over de werkelijke waardeverandering.

De Tweede Kamer heeft dat wetsvoorstel inmiddels aangenomen, maar behandeling in de Eerste Kamer moet nog plaatsvinden. Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet aanpassingen en werkt het toe naar een vermogenswinstsystematiek.

Het is daarom te vroeg om te stellen dat iedere belegger vanaf 1 januari 2028 automatisch pas belasting over koerswinst betaalt bij verkoop.

Dat staat nog niet definitief vast. Wat Prinsjesdag wél duidelijk heeft gemaakt, is dat het kabinet uiteindelijk die kant op wil.

Lees ook: Grote box 3-omslag vanaf 2028 kan zeer gunstig uitpakken voor beleggers

Wat betekent dit voor beleggers?

Voor beleggers zijn er daardoor eigenlijk drie fases om uit elkaar te houden. Tot en met 2027 zitten we nog in het tijdelijke Box 3-systeem. Daarbij wordt in eerste instantie gewerkt met forfaitaire rendementen, terwijl belastingplichtigen in bepaalde gevallen hun lagere werkelijke rendement kunnen aantonen.

Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen naar een stelsel waarin het werkelijke rendement centraal staat. Het huidige wetsvoorstel gebruikt daarbij voor veel beleggingen een vermogensaanwasbelasting.

Tegelijkertijd wil het kabinet dat nieuwe systeem verder aanpassen richting een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardestijging in beginsel pas bij realisatie wordt belast.

Dat laatste kan vooral voor langetermijnbeleggers een belangrijk verschil maken.

Box 3 is dus nog lang niet klaar

Prinsjesdag heeft daarmee niet alle onzekerheid rond Box 3 weggenomen. Eigenlijk is het tegenovergestelde gebeurd.

Nederland heeft inmiddels een wetsvoorstel dat vanaf 2028 belasting over werkelijk rendement moet invoeren, maar voordat dat systeem überhaupt is ingevoerd, wil het kabinet alweer een belangrijke aanpassing in de manier waarop koerswinsten worden belast.

Voor beleggers draait de komende discussie daarom vooral om één vraag: wordt een koerswinst belast terwijl die alleen op papier bestaat, of pas wanneer het geld daadwerkelijk wordt verdiend door de belegging te verkopen?

Het verschil tussen die twee systemen kan bij grote portefeuilles en lange beleggingsperiodes aanzienlijk zijn.

Prinsjesdag 2026 geeft daarop nog geen definitief antwoord. Wel is de politieke richting van het kabinet duidelijker geworden: het wil Box 3 verder ontwikkelen richting een systeem waarin gerealiseerde vermogenswinsten een veel grotere rol spelen.

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Meer van de redactie

Alle artikelen ›

Meer in de app. Leden van De Belegger lezen elk artikel in de app — met de koers naast elke bedrijfsnaam, hun eigen portefeuille, de kalender met cijferdata en ex-dividend, hun watchlist en wat andere leden over hun aandelen zeggen.

Open dit artikel in de appGratis accountWord lid van De Belegger