De Belegger

Macro · 17 september 2026 · 13 min leestijd

Gisteren was ongemakkelijk en niet om de reden dat je denkt

De Fed verhoogt voor het eerst sinds 2023, Trump eist 1 procent rente en de ECB staat voor haar eigen 2011-vraag. Wat leert de geschiedenis beleggers?

Gistermiddag om twee uur, Amerikaanse tijd, verscheen er één getal op de schermen: de rente in de Verenigde Staten gaat een kwartje omhoog, naar 3,75 tot 4,00 procent. Op het oog een klein technisch besluit, het soort nieuws waar je normaal langs zapt als gewone burger.

Maar voor beleggers zit er een verhaal achter. Nog geen jaar geleden was de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, de rente juist aan het verlágen. Vergelijk het met een brandweer die net alles heeft ingepakt omdat het vuur uit leek, en gisteren tóch weer moest uitrukken en in het verleden vaak heel langdurig stond te blussen. Dat is precies wat hier gebeurde: de Fed geeft toe dat de inflatie, het steeds duurder worden van je boodschappen en je rekeningen, nog niet echt verslagen was.

Verenigde Staten · Alle verhogingsrondes sinds 1994
Hoe lang en hoe hard de Fed eerder verhoogde
1994-1995 · 12 maanden300 bp
Drie kleine verlagingen, daarna één verhoging in 1997 en géén recessie.
1999-2000 · 11 maanden175 bp
De verzekering van 1998 werd teruggedraaid; in 2001 volgde een recessie.
2004-2006 · 24 maanden425 bp
Woningmarkt en kredietstelsel braken later.
2015-2018 · 36 maanden225 bp
Verlagingen in 2019, pandemieschok in 2020.
2022-2023 · 16 maanden525 bp
175 basispunten versoepeling, en nu in 2026 een nieuwe verhoging.

Het besluit was om nog een reden ongemakkelijk. President Trump eiste een paar uur later precies het tegenovergestelde, een rente van één procent of minder. En de man die de verhoging moest verdedigen, Fed-voorzitter Kevin Warsh, zit uitgerekend op die stoel omdat Trump hem daar zelf naartoe schoof als alternatief voor Jerome Powell. De president kreeg dus een renteverhoging van zijn eigen kandidaat, en alle twaalf bestuurders stemden vóór.

Waarom dit jou raakt? Omdat zo'n kwartje doorwerkt in bijna alles met een prijskaartje: je hypotheek, je spaarrente, je beleggingen en de koersen op Wall Street. Hieronder lopen we er rustig doorheen: wat er precies is besloten, wat de geschiedenis over dit soort momenten leert, en wat het voor jouw geld kan betekenen.

Direct naar een onderdeel van dit artikel

Wat de Fed precies heeft besloten

De Fed verhoogde de doelband voor de federal funds rate met 25 basispunten naar 3,75 tot 4,00 procent. Het besluit was unaniem en ging op 17 september in. Ook de rente die banken ontvangen op hun reserves werd verhoogd, naar 3,90 procent. De Amerikaanse prime rate, een belangrijk uitgangspunt voor onder meer variabele bedrijfsleningen en creditcards, ging bij grote banken vervolgens van 6,75 naar 7,00 procent. De details staan in het officiële rentebesluit en de implementatienotitie.

De verhoging zelf was nauwelijks een verrassing. De markt had vooraf een kans van meer dan 90 procent ingeprijsd. In juli wilden drie Fed bestuurders al verhogen. Toen bleef de rente met negen tegen drie stemmen nog gelijk. Zes weken later stond niemand meer op de rem.

De Fed koppelde daar geen nieuwe ronde van versnelde balansafbouw aan. Zij blijft aflopende staatsleningen doorrollen en herbelegt aflossingen op hypotheekpapier in kortlopend Amerikaans staatspapier. Dit is dus vooral een prijsingreep via de beleidsrente, geen dubbele verkrapping via rente én een snel krimpende balans. Dat laatste is belangrijker dan het klinkt.

In het septemberstatement verdween namelijk de eerdere uitleg dat de hoge inflatie gedeeltelijk het gevolg was van aanbodschokken en energie. In plaats daarvan benadrukte de Fed veerkrachtige binnenlandse bestedingen, sterke productiviteit en robuuste investeringen. De verhoging moest een “tijdigere” terugkeer naar 2 procent inflatie ondersteunen.

Met andere woorden: de Fed behandelt de inflatie niet langer vooral als een prijsstijging die vanzelf wegebt zodra olie, logistiek of geopolitiek tot rust komen. Zij ziet opnieuw een economie die sterk genoeg is om hogere prijzen door te geven.

Dat is de echte draai.

De Fed-draai
Van verlaging naar verhoging
Niet de kwartpunt, maar de ommekeer is het verhaal.
3,75tot4,00%
2022-2023+525 bp
2024-2025-175 bp
16 sep 2026+25 bp
Bekijk markten in De Belegger

De cijfers vertellen geen recessieverhaal

Wie dacht dat de centrale bank uit voorzorg één symbolisch stapje zette, moet naar de nieuwe ramingen kijken.

Fed-ramingen · September tegenover juni
Wat de Fed nu anders ziet dan drie maanden geleden
Reële groei 2026
2,3% (was 2,2%)
Werkloosheid eind 2026
4,1% (was 4,3%)
PCE-inflatie 2026
3,7% (was 3,6%)
Kern-PCE 2026
3,4% (was 3,3%)
Beleidsrente eind 2026
4,1% (was 3,8%)
Beleidsrente eind 2027
4,1% (was 3,6%)
De opvallendste regel staat onderaan: voor eind 2027 rekent de Fed op dezelfde rente als eind 2026. Een verlaging is uit de ramingen verdwenen.

De combinatie is ongewoon helder. De Fed verwacht meer groei, minder werkloosheid, iets meer inflatie en een veel hogere rente dan drie maanden geleden. Dit is geen centrale bank die bang is voor een naderende recessie. Dit is een centrale bank die vreest dat de economie te goed tegen eerdere renteverhogingen en latere renteverlagingen bestand blijkt.

Van de achttien beleidsmakers verwachten er zestien dit jaar ten minste nog één verhoging. Twaalf zien de rente eind 2026 op 4,00 tot 4,25 procent. Vier voorzien zelfs 4,25 tot 4,50 procent. Slechts twee denken dat het na woensdag klaar is.

Warsh zelf diende geen eigen economische projectie of rentepunt in. De stippen laten dus zien waar de deelnemers als groep staan, maar niet waar de voorzitter persoonlijk de eindrente ziet. Bovendien zijn het verwachtingen, geen toezeggingen.

Nog opvallender is 2027. De mediane verwachting blijft ook dan op 4,1 procent. De Fed voorspelt dus geen korte sprint omhoog gevolgd door snelle verlagingen. Zij voorspelt een kleine verhogingsfase, maar mogelijk een lang plateau.

Dat onderscheid is cruciaal. De cyclus kan kort zijn in het aantal verhogingen, zonder dat de periode van dure financiering kort wordt.

Warsh vatte het tijdens zijn openingsverklaring zakelijk samen. Financiële omstandigheden waren volgens hem moeilijk echt restrictief te noemen. De Fed had daarom, vrij vertaald, een dosis verruiming weggenomen. Zijn voorbereide verklaring schat de PCE-inflatie over augustus op ongeveer 3,6 procent en de kern-PCE op 3,2 procent. Beide staan te ver boven het doel.

Een dosis verruiming wegnemen klinkt onschuldig. Centrale banken houden van zinnen die minder pijn doen dan de maatregel zelf.

De vraag is alleen hoeveel doses nog volgen.

De dotplot
16 van de 18 zien nog een verhoging
De verhoging van gisteren is volgens bijna de hele Fed niet het eindpunt.
2Geen stap meer3,875%
12Nog één hike4,125%
4Nog twee hikes4,375%
Bekijk markten in De Belegger

Was de vorige cyclus werkelijk uitzonderlijk kort?

Hier moet een populair verhaal worden gecorrigeerd. De Fed verhoogde tussen maart 2022 en juli 2023 de rente met in totaal 525 basispunten. Daarna bleef de rente ruim een jaar op 5,25 tot 5,50 procent. Vanaf september 2024 verlaagde zij in zes stappen met in totaal 175 basispunten. De laatste verlaging kwam op 10 december 2025. Gisteren, 280 dagen later, begon de weg omhoog opnieuw.

Hoe bang moet je eigenlijk zijn voor zo'n verhogingsronde? Deutsche Bank zocht het uit en zette alle veertien renteverhogingscycli sinds 1955 op een rij, cijfers die Yahoo Finance deze week deelde. De uitkomst is even simpel als ongemakkelijk: na elke afgeronde cyclus kwam er vroeg of laat een recessie. Gemiddeld gebeurde dat 42 maanden na de eerste verhoging, dus ruim drieënhalf jaar later.

Deutsche Bank · 14 verhogingscycli sinds 1955
Na elke afgeronde renteverhogingscyclus volgde een recessie
13 van 13
afgeronde cycli eindigden in een recessie
42 mnd
gemiddeld van eerste verhoging tot recessie
+4,8pp
gemiddelde totale verhoging per cyclus
gem. 42 mnd
1955-57
28 mnd
1958-59
19 mnd
1963-69
77 mnd
1972-74
20 mnd
1976-80
37 mnd
1980
11 mnd
1983-84
86 mnd
1986-87
43 mnd
1988-89
28 mnd
1994-95
85 mnd
1999-00
21 mnd
2004-06
42 mnd
2015-18
50 mnd
2022-23
recessie bleef tot nu toe uit
Gisteren begon mogelijk cyclus nummer 15.

Kijk daarna vooral naar de spreiding, want die is enorm. Na de cyclus van 1980 stond de recessie er binnen elf maanden, terwijl beleggers na de verhogingen van 1983 en 1984 nog ruim zeven jaar feest konden vieren. En de cyclus van 2022 en 2023 is de vreemde eend in de bijt: daar is de recessie tot op de dag van vandaag simpelweg niet gekomen. Een renteverhoging is dus geen brandalarm waarbij je meteen naar de nooduitgang rent. Het is eerder een wekker die ergens in de komende jaren kan afgaan, zonder dat iemand je vooraf vertelt wanneer.

De versoepelingsfase van september 2024 tot december 2025 duurde 14,7 maanden. In een eigen vergelijking van de grote Fed-cycli sinds 1983 is de mediaan 14,8 maanden. De duur was dus bijna volkomen normaal.

Wat wel uitzonderlijk was, was de geringe omvang. De Fed verlaagde maar 175 basispunten, tegenover een mediaan van ongeveer 363 basispunten in eerdere versoepelingsfasen. Ook de periode tussen de laatste verlaging en de nieuwe verhoging was met 9,2 maanden korter dan de historische mediaan van circa 13 maanden.

De juiste conclusie is daarom niet dat de Fed een ongekend korte verlagingscyclus achter de rug heeft. De juiste conclusie is dat zij een ondiepe versoepeling relatief snel moest corrigeren.

Verenigde Staten · Alle verhogingsrondes sinds 1994
Hoe lang en hoe hard de Fed eerder verhoogde
1994-1995 · 12 maanden300 bp
Drie kleine verlagingen, daarna één verhoging in 1997 en géén recessie.
1999-2000 · 11 maanden175 bp
De verzekering van 1998 werd teruggedraaid; in 2001 volgde een recessie.
2004-2006 · 24 maanden425 bp
Woningmarkt en kredietstelsel braken later.
2015-2018 · 36 maanden225 bp
Verlagingen in 2019, pandemieschok in 2020.
2022-2023 · 16 maanden525 bp
175 basispunten versoepeling, en nu in 2026 een nieuwe verhoging.

De mediaan van de volwaardige verhogingscycli sinds 1983 ligt rond 16 maanden en 300 basispunten. Als de huidige projecties uitkomen, stopt deze ronde al na 50 of 75 basispunten. Dat zou veel ondieper zijn dan gebruikelijk.

Maar daar zit meteen het gevaar. Aan het begin van een verhogingscyclus weet vrijwel niemand hoe groot die cyclus wordt. Ook centrale bankiers niet. Een dot plot is geen contract. Het is een groepsfoto van verwachtingen die kan vervagen zodra olie, lonen, tarieven of groei anders bewegen dan gedacht.

Waarom deze verhogingsfase toch korter kán blijven

Er zijn goede redenen waarom 2026 niet hoeft uit te groeien tot een herhaling van 2022.

1. De rente begint niet bij nul

In maart 2022 stond de rente op 0 tot 0,25 procent. De Fed moest van een noodstand naar een remstand. Nu begint zij op 3,50 tot 3,75 procent. De eigen schatting van de neutrale langetermijnrente ligt op 3,2 procent. Zelfs vóór woensdag zat het beleid dus al iets boven dat niveau.

De Fed hoeft niet opnieuw een berg te beklimmen. Zij staat al halverwege de helling.

2. Een deel van de inflatie komt nog steeds van buiten

Olie, geopolitiek en handelsbelemmeringen kunnen de inflatie opjagen, maar een hogere rente produceert geen vat olie en maakt een vaarroute niet veiliger. Monetair beleid kan alleen voorkomen dat een tijdelijke schok zich vastzet in lonen, huren, diensten en verwachtingen.

Dat pleit voor vroeg en beperkt ingrijpen. Niet voor blind doorverhogen.

3. De lange rente doet al een deel van het werk

De Amerikaanse tienjaarsrente staat rond 5 procent. Dagelijkse hypotheekoffertes liggen rond of boven 7 procent. Dat maakt woningen, investeringen en overnames duurder zonder dat de Fed nog vijf keer hoeft te verhogen.

De markt kan dus verkrappen voordat de centrale bank klaar is met praten.

4. De Fed wil geloofwaardigheid kopen

De pijnlijke les van 2021 en 2022 was niet alleen dat inflatie verkeerd werd ingeschat. De schade ontstond vooral doordat “tijdelijk” te lang het officiële verhaal bleef. Eén of twee snelle verhogingen kunnen laten zien dat de 2 procentdoelstelling geen decorstuk is.

Dat signaal kan inflatieverwachtingen begrenzen. Als het werkt, is minder rentegeweld nodig.

5. Productiviteit maakt deze economie anders

De Fed noemt productiviteit sterk en investeringen robuust. AI-infrastructuur, datacenters en automatisering jagen de vraag naar kapitaal, energie en personeel aan. Dat kan op korte termijn inflatoir zijn. Op langere termijn kan hogere productiviteit juist meer groei mogelijk maken zonder evenveel prijsdruk.

Dezelfde AI-golf die de economie nu warm houdt, kan de reden worden waarom de Fed later eerder kan stoppen.

Maar let op het woord kan.

Waarom het alsnog langer kan duren

De tegenargumenten zijn minstens zo sterk. De Fed verwacht voor 2026 nog altijd 3,7 procent PCE-inflatie. Zeventien van de achttien beleidsmakers zien de inflatierisico's vooral aan de bovenkant. Geen enkele deelnemer ziet de groeirisico's vooral aan de onderkant. Binnenlandse bestedingen blijven veerkrachtig en kapitaalinvesteringen zijn robuust.

Dat is precies de omgeving waarin een “tijdelijke” verhoging kan uitgroeien tot een echte cyclus.

De geschiedenis kent bovendien een oncomfortabele waarschuwing. In 1966 verkrappte de Fed, versoepelde zij in 1967 weer snel en voorkwam zij een onmiddellijke recessie. Het leek op een succes. De inflatie was alleen niet structureel verslagen. Wat volgde werd onderdeel van het stop-go-beleid van de Great Inflation, waarbij de centrale bank afwisselend remde en gas gaf en uiteindelijk beide doelen verloor. De Federal Reserve History beschrijft hoe duur die aarzelingen later werden.

Een zachte landing kan dus een eindpunt zijn. Zij kan ook de eerste pagina van een harder inflatiehoofdstuk blijken.

De bruikbaarste vergelijking is niet 1981, maar 1998

Iedere rentestijging roept al snel de naam Paul Volcker op. Dat is meestal intellectuele luiheid.

Volcker bestreed een inflatieregime dat diep in lonen, prijzen en verwachtingen was gekropen. De effectieve rente ging in 1981 richting 20 procent. De economie belandde in een zware recessie. De huidige Fed verhoogt vanaf een niveau rond 4 procent en voorziet voorlopig één extra stap.

Een betere vergelijking is 1998 en 1999. Na de Aziëcrisis, de Russische wanbetaling en de bijna-implosie van hedgefonds LTCM verlaagde de Fed in zeven weken drie keer, samen 75 basispunten. De brand was geblust. Zeven maanden later begon de Fed de verzekering alweer terug te draaien. Tegen mei 2000 was de rente 175 basispunten verhoogd.

Die episode leert twee dingen. Ten eerste kan een centrale bank zonder recessie snel van richting veranderen. Ten tweede kan tijdelijke steun zelf nieuwe oververhitting voeden. De economie hield het aanvankelijk vol, de financiële markten werden uitbundiger en in 2001 volgde alsnog een recessie.

Ook 1995 biedt hoop. Na een verhoging van 300 basispunten volgden slechts drie kleine verlagingen. In maart 1997 kwam één corrigerende hike. Een recessie bleef uit. Dat was de klassieke zachte landing.

De huidige situatie ligt ergens tussen die twee verhalen. Sterke groei en een ondiepe versoepeling lijken op 1995. Hardnekkige inflatie, ruime financiële omstandigheden en uitbundige investeringen lijken meer op 1998.

We weten pas achteraf welk jaartal het juiste was.

Historische cycli
Normaal duurt verkrappen langer
Schakel tussen duur en totale renteverhoging.
1994-95
1999-00
2004-06
2015-18
2022-23
2026 tot nu toe+25 bpFed-mediaan: waarschijnlijk +50 bp totaal
Bekijk markten in De Belegger

Trump vraagt 1 procent. De Fed geeft hem 4 procent

Toen de markten waren gesloten, verschoof het verhaal van economie naar macht.

Trump schreef dat de Amerikaanse rente “1%, or less” moest zijn en eiste snelle verlagingen. Later zei hij dat hij vóór de stemming met Warsh had gesproken en hem had gezegd net zo goed met het bestuur mee te stemmen, omdat één afwijkende stem de uitslag toch niet zou veranderen. Hij noemde de overige bestuurders vijandig en politiek. Warsh heeft dat gesprek niet bevestigd en wilde volgens Reuters niet op zijn contacten met de president ingaan.

Er is geen bewijs voor Trumps bewering dat de Fed de rente om politieke redenen verhoogde. De officiële motivering is controleerbaar: inflatie boven doel, veerkrachtige vraag, robuuste investeringen en een stabiele arbeidsmarkt.

Toch is de politieke spanning echt. Trump maakte de strijd met Powell persoonlijk. Warsh was juist de nieuwe start. Nu stemt zijn eigen keuze bij de eerste verhoging unaniem mee met een besluit dat Trump rechtstreeks raakt. Hogere hypotheek-, creditcard- en bedrijfsrentes botsen met de belofte dat het leven snel betaalbaarder wordt, vlak voor de tussentijdse verkiezingen.

Voorlopig spaart Trump de voorzitter en valt hij “het bestuur” aan. Dat is tactisch begrijpelijk. Wie zijn eigen benoeming onmiddellijk afserveert, beschadigt ook zijn eigen oordeel.

Maar wat gebeurt er bij de volgende verhoging?

Dan kan Warsh zich niet meer verschuilen achter één onvermijdelijke stem. Dan wordt de onafhankelijkheid van de Fed geen abstract staatsrechtelijk begrip, maar een dagelijks politiek conflict.

Een rente van 1 procent zou bij een PCE-inflatie van 3,7 procent bovendien extreem ruim zijn. De reële beleidsrente zou diep negatief worden. Dat kan financiële markten en kredietgroei aanjagen, maar ook de inflatie opnieuw losmaken. En een lage Fed-rente garandeert geen lage hypotheekrente. Lange rentes worden ook bepaald door begrotingstekorten, inflatieverwachtingen en het aanbod van staatsobligaties.

De president kan de korte rente eisen. De obligatiemarkt beslist mee over de lange.

Wall Street verkocht niet de kwartpunt, maar het vervolg

Direct na het besluit stegen aandelen en daalden rentes even. De markt las de verwachte kwartpunt en haalde opgelucht adem. Tijdens de persconferentie draaide dat beeld.

De Dow sloot 1,21 procent lager, de S&P 500 verloor 0,45 procent en de Nasdaq bleef vrijwel vlak. De tweejaarsrente steeg volgens de Amerikaanse Treasury-reeks van 4,67 naar 4,74 procent. De tienjaarsrente bewoog maar één basispunt, naar 5,01 procent. De dollar steeg ongeveer 0,7 procent en bereikte donderdagochtend een hoogste niveau in zeven weken. Reuters beschrijft de volledige marktreactie.

Dat patroon vertelt meer dan de Dow. De korte rente steeg stevig, de lange rente nauwelijks. De rentecurve werd vlakker. Beleggers prijsden vooral meer Fed-verhogingen op korte termijn in, niet een onbeheersbare nieuwe explosie van langetermijninflatie.

De Nasdaq hield relatief goed stand, mede door afzonderlijk AI- en halfgeleidernieuws. Dit was dus geen zuivere rentecrash. De eerste reactie zei: de kwartpunt is verwerkt. De ommekeer tijdens Warshs persconferentie zei: het vervolg is dat niet.

De eerste marktlezing
Niet de hike, maar het vervolg deed pijn
Slotstanden 16 september. De tweejaarsrente gaf het duidelijkste signaal.
Dow Jones-1,21%
S&P 500-0,45%
Nasdaq-0,01%
VS 2-jaars+7 bp
Dollarindex+0,7%

De curve werd vlakker.
Meer verkrapping op korte termijn, geen nieuwe explosie van langetermijninflatievrees.

Bekijk markten in De Belegger

Europa verhoogt ook, maar bestrijdt een andere vijand

Een week vóór de Fed verhoogde ook de Europese Centrale Bank alle drie haar rentetarieven met 25 basispunten. De depositorente staat sinds 16 september op 2,50 procent. Het was de tweede ECB-verhoging van 2026, na een eerste stap in juni. Het officiële ECB-besluit was unaniem.

Op papier lopen Washington en Frankfurt dus gelijk op. In werkelijkheid bestrijden zij niet precies dezelfde vijand.

De Amerikaanse economie groeit stevig, de arbeidsmarkt blijft krap en binnenlandse bestedingen houden stand. In Europa komt de nieuwe inflatiedruk veel duidelijker uit energie. De inflatie in de eurozone steeg in augustus naar 3,3 procent, terwijl energie 14,3 procent duurder werd. De kerninflatie daalde juist licht naar 2,4 procent, blijkt uit de Eurostat-flashraming.

De Fed remt een economie die mogelijk te hard blijft lopen. De ECB probeert te voorkomen dat een dure energierekening zich verplaatst van pomp en gasmeter naar loonstrook, supermarkt en huurcontract.

Dat verschil bepaalt hoe lang beide cycli duren.

De ECB verwacht nu 3,0 procent inflatie in 2026, 2,5 procent in 2027 en 2,1 procent in 2028. In een zwaar energiescenario kan de inflatie in 2027 zelfs 5,4 procent worden, terwijl de groei terugvalt naar 0,4 procent. Dat is de nachtmerrie van iedere centrale bank: te veel inflatie om te verlagen en te weinig groei om zonder schade te verhogen. De ramingen staan in de septemberprognoses van de ECB.

Christine Lagarde noemde de stap een “no-brainer”, maar beloofde geen vervolg. Dat is verstandig. Rente kan de olieprijs niet verlagen. Zij kan alleen tweede-ronde-effecten bestrijden.

En precies hier ligt de Europese historische waarschuwing.

Fed versus ECB
Dezelfde richting, een andere vijand
VS

Federal Reserve

3,75-4,00%
  • PCE-inflatie3,7%
  • Groei 20262,3%
  • Kernverhaalsterke vraag
rentekloof1,38 pp
EU

ECB

2,50%
  • Inflatie3,3%
  • Kerninflatie2,4%
  • Energie+14,3%
Fed: remt een economie die hard blijft lopen. ECB: probeert een energieschok uit lonen en diensten te houden.
Bekijk markten in De Belegger

De schaduw van 2011

In 2011 verhoogde de ECB onder Jean-Claude Trichet twee keer de rente. De energieprijzen liepen op en de inflatie lag boven doel. De redenering klonk destijds verdedigbaar.

Vier maanden na de tweede verhoging begon de ECB alweer te verlagen. De schuldencrisis verslechterde en de economie bleek kwetsbaarder dan de inflatiecijfers hadden laten zien.

Ook in juli 2008 verhoogde de ECB nog één keer. Drie maanden later, na het breken van de financiële crisis, volgden snelle verlagingen.

ECB · De verhogingsrondes en hun afloop
Waarom 2011 hier de gevoelige vergelijking is
2005-2007 · circa 18 maanden200 bp
Daarna brak de kredietcrisis uit.
2008 · één stap25 bp
Binnen drie maanden alweer verlagingen.
2011 · circa 3 maanden50 bp
Binnen vier maanden volledig teruggedraaid; dé waarschuwing uit de geschiedenis.
2022-2023 · circa 14 maanden450 bp
Een lange pauze op 4 procent.
2026 tot nu toe · 3 maanden50 bp
Nog volledig open.

De parallel met 2011 is verleidelijk, maar niet volledig. De Europese arbeidsmarkt is nu sterk. Overheden investeren meer in defensie en infrastructuur. AI-investeringen ondersteunen de vraag. De economie heeft dus meer rugdekking dan in de eurocrisis.

Toch blijft de vraag staan: is 2026 een noodzakelijke preventieve ingreep, of herhaalt de ECB de fout van 2011 door een energieschok te bestrijden terwijl de economische schade nog onderweg is?

Het antwoord komt waarschijnlijk niet uit de volgende inflatiemeting. Het komt uit lonen, kredietvraag en faillissementen, maanden later.

Wat betekent dit voor beleggers?

De eerste regel is eenvoudig: beleg niet op de gedachte dat één verhoging automatisch wordt gevolgd door een voorspelbare reeks.

Obligaties

Korte looptijden reageren het sterkst op extra Fed- en ECB-stappen. Langlopende obligaties kunnen uiteindelijk profiteren als hogere rentes de groei en inflatie afremmen, maar een tienjaarsrente rond 5 procent laat zien dat begrotingstekorten en inflatierisico de lange kant voorlopig duur houden. Wie nu duration koopt, gokt niet alleen op lagere inflatie. Die gokt ook op geloofwaardig begrotingsbeleid.

Groei- en technologieaandelen

Een hogere risicovrije rente verlaagt de huidige waarde van winsten die pas ver in de toekomst worden verwacht. Bedrijven met hoge waarderingen, weinig kasstroom en grote financieringsbehoeften zijn het kwetsbaarst. Winstgevende AI-leiders kunnen relatief sterk blijven als hun groei de hogere discontovoet compenseert. De vrijwel vlakke Nasdaq op woensdag liet precies dat verschil zien.

Banken

Een hogere prime rate kan de rentemarge helpen. Tegelijk worden kredietvraag en betaalbaarheid zwakker. Banken verdienen eerst meer aan een lening, maar lopen later meer risico dat de klant moeite krijgt. Dat is geen gratis winstmodel.

Vastgoed en schuldrijke bedrijven

Nieuwe hypotheken, herfinancieringen en variabele leningen worden duurder. Vastgoedfondsen, smallcaps en bedrijven met veel kortlopende schuld voelen dat sneller dan ondernemingen die zich jarenlang goedkoop hebben gefinancierd.

Dollar en euro

De Fed-rente ligt nu 125 tot 150 basispunten boven de ECB-depositorente. Omdat beide banken tegelijk verhoogden, veranderde dat verschil nauwelijks. De wisselkoers draait vooral om de volgende stappen. Een relatief hardere Fed steunt de dollar. Voor Nederlandse beleggers kan een sterkere dollar een daling van Amerikaanse aandelen in euro's deels dempen. Een sterkere euro doet het omgekeerde.

De ongemakkelijke conclusie

De renteverhoging van gisteren is niet het begin van een bekend hoofdstuk. Zij is het moment waarop de Fed toegeeft dat het vorige hoofdstuk misschien te vroeg werd afgesloten.

Dat hoeft geen beleidsfout te zijn. Een centrale bank moet kunnen draaien wanneer de feiten draaien. De fout zou juist zijn om uit angst voor gezichtsverlies vast te houden aan een verkeerde richting.

Maar de verhoging legt drie conflicten tegelijk bloot. Het eerste is economisch. Is de huidige inflatie vooral een tijdelijke energie- en handelsschok, of sijpelt zij opnieuw door naar de hele economie?

Het tweede is historisch. Beleeft Amerika een zachte landing zoals in 1995, een teruggedraaide verzekering zoals in 1999, of het begin van nieuw stop-go-beleid zoals in de jaren zestig?

Het derde is politiek. Hoe lang blijft Trump zijn eigen Fed-voorzitter beschermen wanneer Warsh doet waarvoor een onafhankelijke centrale bank bestaat, namelijk soms precies het tegenovergestelde van wat de president verlangt?

Voorlopig heeft de Fed één kwartpunt teruggenomen. De markt rekent op meer. De president eist minder. De ECB kijkt ondertussen naar een energieschok die opvallend veel lijkt op eerdere momenten waarop zij te laat of juist te vroeg bewoog.

Daarom is de belangrijkste vraag na gisteren niet of de rente met 25 basispunten is gestegen. De vraag is wie als eerste moet draaien: de inflatie, de centrale banken of de politiek.

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Het bedrijf in dit artikel · NDAQ

Nasdaq Inc

Live koers · NDAQ

slot
NDAQ · Nasdaq Inc
$ 94,69
↑ +1,2% (slot)
Nabeurs $ 93,14 ↓ $ 1,55 (-1,6%) · 01:58
NASDAQ · USD · slotkoersen ± 15 min vertraagd · voor-/nabeurs uit de laatste handel · lijn = 1 maand

Koers · NDAQ

Slotkoersen, gecorrigeerd voor splitsingen · ± 15 min vertraagd

Kerncijfers · NDAQ

ratio's & kwaliteit
Koers/winst27,3
K/W verwacht23,1
PEG-ratio1,7
Koers/omzet9,3
Koers/boekwaarde4,4
EV/EBITDA17,2
Brutomarge100%
Operationele marge49,3%
Nettomarge35%
ROE16,5%
ROA5,9%
Omzetgroei (kw, joj)14,9%
Winstgroei (kw, joj)14,1%
Nettoschuld / EBITDA2,7$ 9,1 mld nettoschuld
Dividendrendement1,23%$ 1,16 per jaar
Payout-ratio30%
Winst per aandeel$ 3,43laatste 12 maanden
Marktkapitalisatie$ 52,3 mld
Beta1
52-weeks bereik$ 76,29 – $ 100,77
sterk gemiddeld zwak — kleuren zijn vuistregels, geen advies.

Wat is het waard? · NDAQ

rekenvoorbeeld
Omzetgroei verwacht+3,5%/jranalisten, gemiddeld per jaar (2017–2018–2019)
Winstgroei per aandeel verwacht+11,9%/jranalisten (2017–2018–2019)
Koersdoel (gemiddeld)$ 109,67+15,8% t.o.v. $ 94,69
Analisten1714 positief · 3 neutraal · 0 negatief (oordeel van derden)
Wat als…
ScenarioGroei/jrMargeK/WKoers over 5 jrPer jaar
Somber-1,5%33%18,5×$ 57,55-8,3%
Basis3,5%35%23,1×$ 97,63+1,8%
Optimistisch8,5%37%27,7×$ 156,68+11,8%

Startwaarden: omzetgroei 3,5% (analistenverwachting), nettomarge 35%, K/W 23,1×, dividend 1,2%. Somber/Optimistisch: groei ∓5 punt, marge ∓2 punt, K/W ×0,8/×1,2.

Rekenvoorbeeld — geen voorspelling, geen advies; analistenverwachtingen komen van derden en kunnen ernaast zitten. Omzet × (1 + groei)^jaren × marge ÷ aandelen × koers/winst = koers over de horizon; dividend telt op bij het jaarrendement. In de app bewerk je alle aannames zelf.

Komt eraan · NDAQ

agenda
  • 20 okt 2026Kwartaalcijfers

Open $NDAQ in de appVolledige koerspagina ›

Meer van de redactie

Alle artikelen ›

Meer in de app. Leden van De Belegger lezen elk artikel in de app — met de koers naast elke bedrijfsnaam, hun eigen portefeuille, de kalender met cijferdata en ex-dividend, hun watchlist en wat andere leden over $NDAQ zeggen.

Open dit artikel in de appGratis accountWord lid van De Belegger