Minder studenten lenen maar wie leent bouwt sneller schuld op
De basisbeurs drukt het aantal studenten met een DUO-lening, maar de resterende leners nemen gemiddeld meer op. De rekening verschuift naar werk, oudersteun en toekomstige bestedingsruimte.
In het kort
De basisbeurs heeft het aantal lenende hbo- en wo-studenten teruggedrongen, maar de gemiddelde lener neemt juist meer op. In 2026 leent 15 procent van de studenten bij DUO, tegen 22 procent in 2024, terwijl het gemiddelde maandbedrag steeg van €553 naar €634. Tegelijk krijgen minder studenten geld van hun ouders en dragen werkinkomsten meer bij aan hun budget. De belangrijkste scheidslijn loopt daardoor niet alleen tussen lenen en niet lenen, maar tussen studenten die financiële steun thuis kunnen vervangen en studenten die dat met werk of schuld moeten doen.
De terugkeer van de basisbeurs doet wat ervan werd verwacht: minder studenten sluiten een rentedragende lening af. Toch is dat maar de helft van het verhaal. De resterende groep leent gemiddeld €81 per maand meer dan twee jaar eerder, een stijging van 14,6 procent.
Het Nibud baseert het Studentenonderzoek hbo-wo 2026 op een online enquête onder 2.096 studenten, afgenomen van 21 tot en met 27 april 2026. Voor inkomsten uit werk, stage en studiefinanciering zijn ook gegevens van CBS en DUO gebruikt; uitgaven zijn bijgewerkt met CBS-inflatiecijfers. Het onderzoek meet dus een breed financieel beeld, maar het blijft een momentopname en geen registertelling van iedere student.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Minder leners betekent niet automatisch minder kwetsbaarheid
Het Nibud-onderzoek laat twee tegengestelde bewegingen zien. Het aandeel studenten met een rentedragende lening daalde van 22 procent in 2024 naar 15 procent in 2026. Onder de groep die nog leent, liep het gemiddelde maandbedrag juist op van €553 naar €634.
Dat verschil is economisch belangrijk. Een gemiddelde over alle studenten zou de verbetering door de lagere leenquote laten domineren. Voor de persoonlijke rekening van een lener telt echter het bedrag per maand. Wie vier jaar lang €81 extra leent, ontvangt zonder rente al €3.888 meer schuld: €81 maal 48 maanden.
De sterke tegenwerping is dat lenen bij DUO geen gewoon consumptief krediet is. De rente is lager dan bij veel commerciële leningen, de aflosfase duurt voor de meeste huidige studenten maximaal 35 jaar en DUO houdt rekening met draagkracht. Dat is juist. Maar gunstige voorwaarden maken een schuld niet kosteloos: rente loopt tijdens de studie door en de maandlast kan later de ruimte voor sparen, wonen of een hypotheek beperken.
Oudersteun en werk bepalen wie de basisbeurs kan aanvullen
In 2021 ontving 68 procent van de studenten een ouderbijdrage. In 2026 is dat 52 procent. Ook het gemiddelde bedrag bij studenten die zo’n bijdrage krijgen, daalde van €240 naar €196 per maand. Dat is €44 minder per maand en €528 minder per jaar.
Daartegenover staat meer eigen inkomen uit werk. Het gemiddelde steeg van €560 per maand in 2024 naar €654 in 2026, een plus van €94. Op papier compenseert dat de lagere ouderbijdrage ruimschoots. In de praktijk vergelijken deze gemiddelden verschillende groepen: niet iedere student krijgt oudersteun, werkt evenveel uren of betaalt dezelfde huur.
Uitwoners zijn kwetsbaarder. Zij lenen vaker, sparen minder en hebben vaker moeite om rond te komen. Het aandeel studenten dat op zichzelf woont daalde bovendien van 45 procent in 2024 naar 35 procent in 2026. Thuis wonen verbetert doorgaans het maandbudget, maar het kan ook het gevolg zijn van een woningmarkt waarop zelfstandig wonen niet haalbaar is.
Wie profiteert, is duidelijk. Studenten met oudersteun, een betaalbare kamer en voldoende tijd voor betaald werk kunnen de basisbeurs aanvullen zonder veel te lenen. Wie de rekening betaalt, is ook duidelijk: studenten zonder die buffers leveren meer uren, woongenot of toekomstige bestedingsruimte in.
Een hogere maandlening groeit sneller door rente
DUO meldt voor 2026 een rente van 2,33 procent voor SF35, de regeling waaronder bijna alle huidige studenten vallen. De rente wordt maandelijks berekend over de schuld inclusief eerder opgebouwde rente. Tijdens de studie wordt het percentage jaarlijks vastgesteld; na de studie staat het in blokken van vijf jaar vast.
Een navolgbaar rekenvoorbeeld maakt de orde van grootte zichtbaar. Bij €634 per maand gedurende 48 maanden ontvangt een student bruto €30.432. Als vereenvoudiging houden we het 2026-tarief van 2,33 procent alle vier de jaren constant en nemen we maandelijkse uitbetaling achteraf aan. Dan groeit de schuld tot ongeveer €31.863, waarvan circa €1.431 opgebouwde rente. Het netto beschikbare bedrag tijdens de studie blijft €30.432; de rente is geen extra inkomen maar een latere verplichting.
Na afloop volgt eerst een aanloopfase van twee jaar. Daarna begint de aflosfase van 15 of 35 jaar, afhankelijk van de regels. Het wettelijke maandbedrag hangt af van schuld, looptijd en rente; de feitelijke betaling kan lager zijn als de draagkracht onvoldoende is. Daardoor is een eenvoudige annuïteitenberekening geschikt als economische vergelijking, maar niet als persoonlijke DUO-beschikking.
De omgekeerde vraag begint bij een schuldgrens
De gebruikelijke vraag is hoeveel schuld een maandlening oplevert. De nuttigere omgekeerde vraag is soms: hoeveel mag de maandlening zijn als de schuld na drie jaar onder €20.000 moet blijven?
Met dezelfde renteaanname van 2,33 procent en 36 maandelijkse uitbetalingen komt de grens uit op ongeveer €537 per maand. Ten opzichte van het gemeten gemiddelde van €634 ontbreekt dan €97 per maand. Die ruimte moet komen uit een hogere beurs, oudersteun, meer werk, lagere woonlasten of minder uitgaven.
Deze omkering voorkomt een veelgemaakte denkfout. Een lage maandlast na afstuderen zegt niet dat de schuld klein is. De lange looptijd verdeelt de rekening, maar kan ook betekenen dat rente langer doorloopt. Voor studenten is daarom zowel de betaalbaarheid nu als de resterende schuld later relevant.
Drie scenario’s maken de bandbreedte zichtbaar
Voor 2027 tot en met 2029 zijn drie samenhangende scenario’s te maken zonder te doen alsof het voorspellingen zijn. In het lagere scenario valt de maandlening terug naar €553, het niveau uit 2024. In het basisscenario blijft zij €634. In het hogere scenario komt er nog eens €81 bij en wordt het €715 per maand.
Met 36 betalingen en een constant rentepercentage van 2,33 procent komt de schuld eind 2029 uit op ongeveer €20.600, €23.617 of €26.634. Het verschil tussen het lagere en hogere scenario is ruim €6.000. De formule is in alle gevallen dezelfde toekomstigewaardeformule; alleen het maandbedrag verandert.
De beperking is belangrijker dan een extra decimaal. De rente voor 2027 is op 1 oktober 2026 nog niet vastgesteld, laat staan die voor 2028 en 2029. Ook kunnen studenten tussentijds stoppen, minder lenen of extra aflossen. De scenario’s tonen daarom gevoeligheid, geen kansverdeling.
De lagere leenquote is goed nieuws met een harde bijsluiter
De basisbeurs verlaagt de afhankelijkheid van DUO voor een grote groep. Dat is reëel goed nieuws. Maar het gemiddelde maskeert een selectie-effect: studenten die ondanks de beurs blijven lenen, hebben vaak hogere kosten of minder steun en lenen een groter bedrag.
Beleid dat alleen naar het aandeel leners kijkt, kan daarom te vroeg tevreden zijn. De betere toets is of de combinatie van beurs, oudersteun, werk en woonlasten voorkomt dat uitwoners en studenten zonder ouderbijdrage structureel meer schuld opbouwen of langer moeten werken. Het Nibud ziet juist daar de kwetsbaarheid.
De verschillen lopen ook langs leeftijd en woonvorm. Studenten van 24 tot 29 jaar ontvangen vaker geen ouderbijdrage meer, terwijl zij huur, collegegeld en zorgverzekering zelf betalen. Voor hen kan een extra werkdag financieel logisch zijn, maar academisch duur uitpakken als minder studietijd tot vertraging leidt. Een jaar langer studeren is niet alleen een jaar extra huur en levensonderhoud. Het kan ook betekenen dat beursrechten aflopen en de keuze opnieuw verschuift naar werk of lenen. De rekening van een krap maandbudget kan daardoor later en groter terugkomen dan in de maandcijfers zichtbaar is.
Voor overheid en onderwijsinstellingen volgt daar een concretere meetlat uit. Niet alleen het aandeel leners moet dalen; ook de mediaan van het leenbedrag, de studieduur, het aantal gewerkte uren en het aandeel uitwoners dat moeilijk rondkomt moeten mee. Als alleen de leenquote verbetert terwijl deze andere indicatoren verslechteren, is een deel van de schuld vervangen door tijdsdruk of uitgesteld zelfstandig wonen. Dat is geen mislukking van de basisbeurs, maar wel bewijs dat het instrument niet alle kostenverschillen tussen studenten opvangt.
Lees ook: dit is de gemiddelde studieschuld per leeftijd
Ons oordeel is nuchter: minder studenten lenen, maar de verdeling wordt scherper. De conclusie verandert als volgende metingen laten zien dat het gemiddelde leenbedrag daalt zonder dat uitwoners minder gaan wonen, meer gaan werken of vaker moeilijk rondkomen. Tot die tijd is 15 procent geen eindpunt, maar een waarschuwing om juist naar de rekening van die groep te kijken.
Word lid van De Belegger
Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.
Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar, Half Jaar en Ere lid, tot en met 1 oktober 2026, 23:59.
Ere lid
€ 1.500 € 1.005 eenmalig
- Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
gewoon altijd toegang tot alles
5 Jaar
€ 799 € 535,33 eenmalig
- Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement
We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.
Bronnen
Lees ook
- Alibaba kocht aandelen in en geeft nu nieuwe uit1 oktober 2026 · Van de redactie
- De kapitaalbuffer van a.s.r. moet dividend én groei dragen1 oktober 2026 · Van de redactie
- Verwar de solvabiliteit van NN Group niet met vrije kas1 oktober 2026 · Van de redactie
- De dollar beslist mee over de S&P 500-ETF van iShares1 oktober 2026 · Van de redactie
- Flowable Carbon moet bij ASM nog van belofte naar omzet1 oktober 2026 · Van de redactie