De Belegger

Van de redactie

Bitcoin en goud dalen terwijl de rente oploopt

Bitcoin krijgt bijna 3 miljard dollar ETF-inleg binnen, terwijl goud en Aziatische aandelen onder druk staan. Hogere rentes maken duidelijk waarom instroom en een mooie grafiek geen koersbodem garanderen.

In het kort

Bitcoin krijgt miljarden aan nieuwe ETF-inleg binnen en staat toch onder druk, terwijl ook goud en Koreaanse aandelen terrein verliezen. Dat is minder tegenstrijdig dan het lijkt, omdat hogere obligatierentes en duurdere olie de afweging voor beleggers veranderen. De instroom in één beleggingsproduct vertelt bovendien niet wat alle andere marktpartijen doen. Voor langetermijnbeleggers zit de belangrijkste vraag daarom in de betaalde prijs en de gevoeligheid voor rente, niet in één positief geldstroomcijfer of een veelbelovend koerspatroon.

Bijna 3 miljard dollar stroomde in zeven handelsdagen naar Amerikaanse bitcoin-ETF’s. Toch bewoog bitcoin maandagochtend 28 september weer rond 83.000 dollar. Wie alleen naar die nieuwe inleg kijkt, verwacht misschien een ononderbroken stijging. Maar een ETF koopt in een markt waarin andere partijen tegelijk kunnen verkopen, en die markt reageert ook buiten de Amerikaanse beursuren op nieuws.

De onrust beperkt zich niet tot crypto. In Azië staan vooral Koreaanse aandelen onder druk en ook goud verliest terrein. Ondertussen noteert de Amerikaanse tienjaarsrente volgens de ochtendupdate van Saxo rond 5,20 procent en kost Brent ongeveer 106 dollar per vat. Die combinatie raakt de prijs die beleggers willen betalen voor uiteenlopende bezittingen. Hetzelfde bedrijf of dezelfde hoeveelheid goud kan daardoor minder waard worden zonder dat er fysiek iets aan verandert.

ETF-kopers bepalen niet in hun eentje de bitcoinprijs

De bijna 3 miljard dollar is een optelsom over meerdere dagen. De daggegevens van Farside Investors komen voor 17 tot en met 25 september uit op 2,978 miljard dollar netto-instroom. Alleen de handelsweek van 21 tot en met 25 september was goed voor 2,386 miljard dollar. Dat is een duidelijke nieuwe vraag naar de fondsen, maar geen bedrag dat maandagochtend ineens de markt binnenkwam.

Ook binnen die reeks zit verschil. Op 21 september bedroeg de instroom 999 miljoen dollar; op 25 september was dat 134,5 miljoen. Beide dagen waren positief, terwijl het tempo van de nieuwe vraag behoorlijk afnam. Je kunt dus tegelijk een sterke week en een afzwakkende dagelijkse koopstroom hebben. Wie alleen het weektotaal leest, mist dat onderscheid.

Daarnaast bestaat de bitcoinmarkt uit meer dan beursfondsen. Bestaande bezitters kunnen winst nemen, handelaren kunnen posities afbouwen en beleggers met geleend geld kunnen bij dalende prijzen gedwongen worden te verkopen. Dat zijn mogelijke verklaringen voor verkoopdruk, geen bewijs dat één daarvan vandaag de volledige daling veroorzaakt. Een overzicht van ETF-inleg geeft daar geen uitsluitsel over.

Er zit nog een belangrijk verschil tussen geldstromen en beurswaarde. Wanneer de laatst verhandelde bitcoin goedkoper wordt, wordt de hele bestaande voorraad tegen die lagere prijs gewaardeerd. Een daling van de totale marktwaarde betekent dus niet dat hetzelfde bedrag aan cash de markt heeft verlaten. Omgekeerd hoeft een miljard dollar nieuwe vraag de marktwaarde niet met precies een miljard te verhogen. De bereidheid van verkopers om tegen bepaalde prijzen te leveren, bepaalt hoe sterk een extra order doorwerkt.

Bij CoinGecko stond bitcoin tijdens de geraadpleegde ochtendmomentopname rond 83.100 dollar. Dat is een koersobservatie, geen vaste waarde voor de rest van de dag. De relevante conclusie is dat aanhoudende ETF-instroom een steunende factor kan zijn, maar geen bodem onder de koers legt.

Een hogere rente kan ook goud onder druk zetten

Goud wordt vaak gekocht uit zorgen over inflatie, oorlog of het vertrouwen in geld. Toch kan juist een energieschok het metaal op korte termijn onder druk zetten. Duurdere olie kan de inflatie hardnekkiger maken, waardoor beleggers rekening houden met een strenger rentebeleid. Rentedragende beleggingen worden dan aantrekkelijker tegenover goud, dat zelf geen rente uitkeert.

De rente na aftrek van verwachte inflatie is daarbij belangrijk. Als de nominale rente stijgt maar de inflatieverwachting nog harder oploopt, kan die reële rente juist dalen. Het is dus te simpel om iedere stijgende olieprijs automatisch te vertalen naar een lagere goudprijs. De combinatie van renteverwachtingen, de dollar, liquiditeit en de behoefte aan bescherming bepaalt de uitkomst.

Saxo meldde in de vroege Aziatische handel een goudprijs van 4.228 dollar per troy ounce. Gulf News berichtte later in de ochtend over een daling tot onder 4.200 dollar. Die momentopnamen horen bij een bewegende markt. Een ronde grens zoals 4.000 dollar kan aandacht trekken, maar vertelt op zichzelf niet hoeveel goud waard zou moeten zijn.

Ook het idee dat de Federal Reserve vanzelf zal helpen zodra de beurs daalt, is te gemakkelijk. Fed-voorzitter Kevin Warsh benadrukte in zijn toespraak in Jackson Hole op 28 augustus dat de inflatiedoelstelling van 2 procent vaststaat en dat prijsstabiliteit actief moet worden bereikt. Dat is geen voorspelling van het volgende rentebesluit. Het maakt wel duidelijk waarom beleggers bij een nieuwe energieschok niet zomaar op snelle renteverlagingen kunnen rekenen.

Dure toekomstige winst is extra gevoelig voor de rente

Bij aandelen komt daar een tweede mechanisme bij. Beleggers betalen vandaag voor winst die het bedrijf pas later verdient. Hoe hoger het vereiste rendement, hoe minder die toekomstige winst vandaag waard is. Vooral ondernemingen waarvan een groot deel van de waarde ver in de toekomst ligt, kunnen daar gevoelig voor zijn.

Neem een theoretische ontvangst van 100 euro over tien jaar. Bij een rendementseis van 8 procent is die vandaag 46,32 euro waard. Bij 9 procent resteert 42,24 euro. Dat is bijna 8,8 procent minder, terwijl de uiteindelijke ontvangst exact gelijk blijft. De formule is eenvoudig: 100 gedeeld door 1,08 tot de macht tien, of door 1,09 tot de macht tien.

Een aandeel bestaat natuurlijk uit veel ontvangsten op verschillende momenten. Bovendien kan een hogere rente samengaan met een sterkere economie en meer bedrijfswinst. Dit voorbeeld is daarom geen voorspelling dat technologieaandelen bij één procentpunt extra rente automatisch 8,8 procent moeten dalen. Het laat zien waarom een verandering in de rendementseis ertoe doet, zelfs als de winstverwachting gelijk blijft.

Dat helpt de beweging in Zuid-Korea te begrijpen. De KOSPI daalde maandag na de feestdagen, waarbij Samsung en SK Hynix zwaar wogen op de index, meldde The Economic Times. Een daling in aandelen kan tegelijk een reactie zijn op hogere rentes, de verwerking van buitenlands nieuws en het terugbrengen van grote posities. Daaruit volgt nog niet dat de vraag naar geheugenchips is ingestort.

Een mooie grafiek is nog geen bewezen bodem

Hetzelfde onderscheid geldt voor de positieve koerspatronen die rond de Hang Seng worden besproken. Invezz wijst op een dragonfly doji van vrijdag, een koerspatroon waarbij een eerdere daling grotendeels wordt teruggewonnen. Zo’n dag kan aangeven dat kopers op lagere niveaus terugkomen. Het vertelt niet of die kopers volgende week nog even bereid zijn om te betalen.

Een technisch patroon beschrijft eerder handelsgedrag. Bedrijfswinsten, financieringskosten en waarderingen bepalen of een herstel economisch draagvlak krijgt. Een koers die kort onderuitgaat en daarna herstelt, kan het begin van een bodem zijn, maar ook een onderbreking van een verdere daling. Zonder een getoetste historische reeks kun je er geen betrouwbaar slagingspercentage op plakken.

Dat geldt ook voor ronde koersdoelen in crypto. Van 2.800 naar 3.000 dollar is een stijging van 7,1 procent. De rekensom zegt hoeveel herstel nodig is, niet hoe waarschijnlijk dat herstel is. Een koersdoel dat veel wordt genoemd, kan de aandacht van handelaren sturen, maar creëert geen winst, rente of andere kasstroom voor de bezitter.

Wat een belegging in drie jaar moet opleveren

Bij bitcoin en goud is een omgekeerde prijssom nuttiger dan doen alsof er een betrouwbare winstmultiple bestaat. Stel dat een belegger jaarlijks 8 procent koersrendement wil behalen. Vanaf een afgeronde rekenprijs van 83.000 dollar moet bitcoin na drie jaar 104.556 dollar kosten. Voor goud vanaf 4.200 dollar komt dezelfde som uit op 5.291 dollar per troy ounce. Kosten, belasting en valuta-effecten zijn daarbij nog niet meegenomen.

Dat zijn vereiste eindprijzen onder een gekozen rendementsdoel, geen schattingen van intrinsieke waarde. Er ligt geen bedrijf onder dat ondertussen winst aan de eigenaar uitkeert. Het rendement van deze prijssom moet volledig komen van een volgende koper die meer betaalt. Juist daarom verdient de aankoopprijs aandacht, ook wanneer het langetermijnverhaal overtuigend klinkt.

Om de bandbreedte zichtbaar te maken, rekenen we daarnaast met drie eenvoudige paden voor een belegging van 10.000 euro. In het negatieve pad daalt de prijs ieder jaar 15 procent, in het vlakke pad blijft hij gelijk en in het positieve pad stijgt hij jaarlijks 15 procent. Na één, twee en drie jaar levert dat negen concrete uitkomsten op. Het zijn gevoeligheden, zonder toegekende kansen, en geen marktvoorspellingen.

Na drie negatieve jaren resteert 6.141 euro. Bij een vlakke prijs blijft 10.000 euro over en in het positieve pad groeit het bedrag naar 15.209 euro. Die bedragen gelden bij een onveranderde wisselkoers. Als de belegging in dollars 15 procent stijgt, maar de dollar gemeten in euro’s 10 procent verliest, resteert slechts 3,5 procent rendement in euro’s: 1,15 maal 0,90, min één.

Die valuta-invloed wordt gemakkelijk vergeten wanneer koersdoelen uitsluitend in dollars worden besproken. Een sterkere dollar kan een prijsdaling voor een Nederlandse belegger verzachten, terwijl een zwakkere dollar een deel van de winst wegneemt. Bij producten met valuta-afdekking werkt dat anders en komen de kosten van die afdekking erbij.

De ETF-instroom is bemoedigend voor bitcoin, maar onvoldoende om de rest van de markt te negeren. Zolang olie en rente hoog blijven, moeten aandelen hun waardering met winst blijven dragen en moeten goud en crypto concurreren met beleggingen die wel inkomsten opleveren. De sterkste aanwijzing voor een duurzamer herstel is daarom een combinatie van aanhoudende vraag, rustiger financieringskosten en houdbare bedrijfswinsten. Eén goed geldstroomcijfer of koerspatroon is daarvoor te weinig.

Foto: Federal Reserve Board, officieel portret van Kevin Warsh via Wikimedia Commons, publiek domein.

Bronnen

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app