De Belegger

Van de redactie

Reken mee wat een sterk beursjaar van de VanEck Quantum Computing ETF waard is zolang de omzet achter quantum nog moet komen

QUTM stond op 25 september 20,23 procent hoger dit jaar en had $924 miljoen vermogen. De vraag is hoeveel echte omzet de onderliggende quantumwaarderingen dragen.

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF stond volgens de productsnapshot van 25 september dit jaar 20,23 procent hoger. Het fondsvermogen bedroeg ongeveer $924 miljoen en de officiële NAV $30,00. De Xetra-lijn sloot rond €26,25.

Dat is een sterk beursjaar, maar nog geen bewijs dat quantumcomputing al een rendabel bedrijfsmodel heeft. Een deel van de belangrijkste pure plays maakt verlies en financiert onderzoek met kas en nieuwe aandelen. De ETF spreidt over bedrijven, maar niet over het gemeenschappelijke risico dat toekomstige omzet te laat of met te weinig marge komt.

QUTM is de VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Acc, ISIN IE0007Y8Y157. De shareclass is accumulating, de TER is 0,55 procent en de Xetra-notering rekent af in euro. De economische blootstelling blijft internationaal en bevat dollarrisico.

Een goed beursjaar verandert de omzet niet

Koersrendement kan vooruitlopen op omzet. Dat is normaal bij een jonge technologie. Beleggers betalen vandaag voor mogelijkheden die pas later in de cijfers verschijnen. Het wordt riskant wanneer iedere koersstijging als bevestiging van het bedrijfsmodel wordt gezien.

De module laat zien hoe een vervolgbeweging werkt op een hogere basis. Na 20,23 procent winst is een daling van 30 procent genoeg om het hele jaar alsnog negatief te maken. Andersom kan nieuw enthousiasme het rendement verder vergroten. De rekensom zegt niets over de kans op beide paden, maar maakt wel duidelijk dat een sterke start geen vangnet vormt.

Quantumcomputing probeert problemen op te lossen die voor klassieke computers moeilijk zijn. Denk aan materiaalonderzoek, optimalisatie en simulatie. De technologie kan belangrijk worden, maar er bestaan verschillende routes: trapped ions, superconducting qubits, neutral atoms en fotonica. Het is nog niet zeker welke architectuur de beste combinatie van foutmarge, schaal en kosten bereikt.

Een ETF voorkomt dat de belegger één technische winnaar hoeft te kiezen. Dat is nuttig. Tegelijk bevat de portefeuille ook grotere technologiebedrijven waarvoor quantum maar een klein onderdeel is. Daardoor kan QUTM minder zuiver reageren op een wetenschappelijke doorbraak dan de naam doet vermoeden.

Fondsvermogen helpt de handel, niet de klantvraag

Met $924 miljoen vermogen is QUTM geen piepklein fonds meer. Meer vermogen kan liquiditeit ondersteunen en verlaagt het risico dat de aanbieder de ETF snel sluit. Het verandert alleen niets aan de vraag naar quantumdiensten bij de onderliggende bedrijven.

AUM groeit door twee dingen: koersbeweging en netto instroom. Die bronnen moeten uit elkaar worden gehouden. Instroom zegt dat beleggers het thema aantrekkelijk vinden. Portefeuillerendement zegt dat de markt de aandelen hoger waardeert. Geen van beide is hetzelfde als omzetgroei bij IonQ, D-Wave, Rigetti of een andere deelneming.

De TER van 0,55 procent wordt uit het fondsvermogen betaald. Dat is hoger dan bij een brede index-ETF, maar gebruikelijker voor een gespecialiseerd thema. De kosten zijn voorspelbaar. De waarderingsschommelingen van de portefeuille zijn dat niet.

Een groter fonds kan bovendien meer geld naar kleine aandelen leiden. Dat helpt hun beursliquiditeit en kan de waardering ondersteunen. Bij uitstroom werkt hetzelfde mechanisme omgekeerd. Een thematische ETF kan dus zelf deel worden van de kapitaalcyclus van de sector.

De fondsaanbieder verdient de TER over het beheerde vermogen. Voor VanEck is groei van AUM direct zakelijk relevant. Voor de ETF-belegger ontstaat pas waarde wanneer de portefeuille per aandeel stijgt. Nieuwe instroom creëert extra fondsaandelen en maakt de bestaande belegger niet vanzelf rijker. Het vergroot vooral de schaal en verhandelbaarheid.

De omzetlat achter verlieslatende pure plays

Bij winstgevende ondernemingen is een koers-winstverhouding een bruikbaar begin. Voor een verlieslatende quantumontwikkelaar is dat misleidend. Omzet, brutomarge, kasverbruik en toekomstige aandelen zijn belangrijker.

De module rekent een gezamenlijke beurswaarde terug naar omzet. Bij $35 miljard waarde en tien keer omzet hoort $3,5 miljard jaaromzet. Wanneer bedrijven daarvoor nieuwe aandelen uitgeven, blijft per bestaand aandeel minder van die omzet over.

Dat laatste wordt vaak onderschat. Nieuwe financiering is niet per definitie slecht. Als het geld een werkend systeem en hoge kasstromen oplevert, kan iedere aandeelhouder alsnog vooruitgaan. Het probleem ontstaat wanneer verwatering sneller gaat dan de operationele vooruitgang.

Pure plays moeten tegelijk hardware ontwikkelen, software bouwen en klanten overtuigen. Veel contracten beginnen als onderzoek of proefproject. Een aangekondigde samenwerking is pas sterk financieel bewijs wanneer zij leidt tot terugkerend gebruik en betaalde capaciteit.

Een bruikbaar onderscheid is boekingen tegenover omzet. Een meerjarig contract kan een groot totaalbedrag noemen, terwijl erkenning afhankelijk is van technische mijlpalen. Daarna moet brutowinst volgen. Wanneer een project veel maatwerk en ondersteuning vraagt, kan hoge omzet toch weinig vrije kas opleveren.

De kapitaalstructuur verdient eveneens aandacht. Converteerbare leningen lijken aanvankelijk goedkoper dan gewone schuld, maar kunnen later aandelen worden. Aandelenbeloning trekt talent aan, maar vergroot dezelfde teller. Een onderneming kan technisch vooruitgaan en tegelijk per aandeel achterblijven wanneer die financieringskosten niet zichtbaar worden meegenomen.

De grotere technologiebedrijven in het fonds hebben een andere rol. Zij kunnen jarenlang investeren zonder meteen externe financiering nodig te hebben. Hun quantumactiviteiten zijn alleen klein naast cloud, advertenties of chips. Daardoor dempen zij het financieringsrisico en tegelijk de zuiverheid van het thema.

Fondsregels spreiden en verkopen

De indexmethodiek bepaalt welke namen worden opgenomen en hoe zwaar zij wegen. Periodieke herweging voorkomt dat één winnaar onbeperkt domineert. Dat is goed voor spreiding, maar kan een snel stijgende positie ook terugbrengen voordat de fundamentele groei volledig zichtbaar is.

Het sterkste positieve argument voor QUTM is precies die mandbenadering. De belegger hoeft de winnende architectuur niet vooraf te kennen. Wanneer de hele sector groeit, kunnen meerdere posities bijdragen.

Het sterkste negatieve argument is dat de bedrijven sterk gecorreleerd kunnen zijn. Een hogere rente, teleurstellende technische mijlpalen of moeilijkere kapitaalmarkten raakt veel pure plays tegelijk. Twintig namen met hetzelfde financieringsrisico vormen geen volledige economische spreiding.

Een tweede risico is indexvervuiling. Om voldoende verhandelbare namen te vinden, kan een thematische index ondernemingen opnemen waarvan quantum maar een klein onderdeel is. Dat maakt het fonds stabieler, maar de koers kan dan vooral door gewone technologie- of defensieactiviteiten worden bepaald.

Valuta voegt nog een laag toe. De fondsvaluta is dollar, de Xetra-lijn euro en de ondernemingen verdienen in meerdere munten. Een eurokoers is dus geen afdekking. Bij gelijke dollar-NAV kan een zwakkere dollar het rendement voor de eurobelegger drukken.

Wat moet €26,25 waarmaken?

Wie vanaf €26,25 jaarlijks 10 procent koersrendement wil, heeft in september 2029 ongeveer €34,94 nodig. De reverse module combineert een toekomstige omzetmultiple met verwatering van het pure-playdeel.

Bij een gewogen multiple van zes keer blijft een hoge omzetindex nodig. Een hogere multiple verlaagt de operationele lat, maar vergroot de afhankelijkheid van sentiment. Een lagere multiple dwingt de portefeuille om meer echte omzet te leveren.

De TER staat niet nog eens in deze reverse omzetindex, maar wel in de koersscenario's. Valuta wordt daar apart verwerkt. Dividend wordt niet uitgekeerd, omdat de shareclass accumulating is.

Voor de volgende fondsupdates zijn drie tabellen vooral belangrijk: de grootste posities, de winstgevendheid van de pure plays en het totaal aantal uitstaande aandelen bij die bedrijven. Zo wordt zichtbaar of technische vooruitgang ook per bestaand aandeel aankomt.

Drie mogelijke koerspaden

Bear gebruikt NAV-factoren van 0,70, 0,58 en 0,50 voor 2027, 2028 en 2029, met een geleidelijk zwakkere dollar. De mogelijke koersen liggen rond €18,28, €14,70 en €12,39.

Midden rekent met factoren van 1,08, 1,25 en 1,45 en stabiele valuta. Dan ontstaan ongeveer €28,19, €32,45 en €37,60.

Gunstig gebruikt 1,32, 1,70 en 2,20 met lichte dollarrugwind. Dat geeft ongeveer €35,17, €45,63 en €59,67.

Dit zijn scenario's, geen koersdoelen. De brede bandbreedte past bij een sector waarin waardering sneller kan bewegen dan de huidige omzet.

Conclusie

QUTM geeft in één transactie toegang tot meerdere quantumroutes. Het grotere fondsvermogen en de sterke jaarprestatie maken de ETF zichtbaarder en waarschijnlijk beter verhandelbaar. Ze maken de technologie niet automatisch winstgevend.

Bij €26,25 hoort de aandacht naar omzet, brutomarge, kasverbruik en verwatering van de onderliggende pure plays. Als betaalde toepassingen sneller groeien dan de aandelenbasis, kan de huidige waardering worden ingehaald. Als vooral het fondsvermogen en de beurskoersen stijgen, blijft het rendement leunen op toekomstige kopers.

Lees ook: Waarom een technologie-ETF soms minder gespreid is dan hij lijkt.

Foto: Martijn Rozemuller, CEO van VanEck Europe, officieel archiefportret.

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app