De Belegger

Van de redactie

Nederlandse economie groeit plots veel harder: maar waarom merken Nederlanders daar zo weinig van?

Er gebeurt iets opvallends met de Nederlandse economie. Terwijl veel huishoudens nog altijd klagen over hoge prijzen, dure boodschappen en een steeds moeilijker betaalbare woningmarkt, blijkt de economie aanzienlijk harder te groeien dan eerder werd gedacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek…

Er gebeurt iets opvallends met de Nederlandse economie. Terwijl veel huishoudens nog altijd klagen over hoge prijzen, dure boodschappen en een steeds moeilijker betaalbare woningmarkt, blijkt de economie aanzienlijk harder te groeien dan eerder werd gedacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam deze week zelfs met een flinke opwaartse bijstelling: de Nederlandse economie groeide in het tweede kwartaal niet met 0,4 procent, maar met 0,6 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor.

Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar op macroniveau is een bijstelling van 0,2 procentpunt behoorlijk groot. De Nederlandse economie was bovendien 1,3 procent groter dan een jaar eerder. Export, consumptie en verschillende delen van de industrie blijken beter te presteren dan aanvankelijk werd aangenomen.

Tegelijkertijd staat het consumentenvertrouwen op -33, bedraagt de inflatie nog altijd 3,3 procent en groeide het reëel beschikbare inkomen van huishoudens in het tweede kwartaal nog maar 0,7 procent.

Nederland krijgt daardoor met een opvallende situatie te maken. Op papier gaat het behoorlijk goed met de economie, maar veel Nederlanders ervaren dat nog nauwelijks. Voor beleggers is juist die tegenstelling interessant, want achter de economische cijfers zijn duidelijke winnaars en verliezers zichtbaar.

Nederlandse economie groeit ineens 0,6 procent

De belangrijkste verrassing kwam deze week van het CBS. Bij de eerste berekening van het bruto binnenlands product werd nog uitgegaan van 0,4 procent economische groei in het tweede kwartaal. Inmiddels blijkt dat 0,6 procent te zijn geweest. Vooral de export van diensten en de consumptie door huishoudens waren sterker dan eerder gedacht.

De groei komt bovendien na een eerste kwartaal waarin de economie eveneens vooruitging. Daarmee lijkt Nederland voorlopig weg te blijven van het recessiescenario waarvoor de afgelopen jaren regelmatig werd gevreesd.

Ook onder de motorkap zijn verschillende positieve signalen zichtbaar. Bij de eerste berekening meldde het CBS al dat huishoudens in het tweede kwartaal 0,5 procent meer consumeerden dan in het eerste kwartaal. De investeringen in vaste activa namen eveneens met 0,5 procent toe en de uitvoer van goederen en diensten groeide met 1,2 procent.

Nederlandse economie

Ontwikkeling

Bbp Q2 t.o.v. Q1

+0,6%

Bbp Q2 t.o.v. jaar eerder

+1,3%

Consumptie huishoudens*

+0,5%

Investeringen*

+0,5%

Export*

+1,2%

Overheidsconsumptie*

+0,4%

*De detailcomponenten zijn afkomstig uit de eerste raming van Q2; het totale bbp-cijfer is inmiddels bijgesteld.

Dat zijn bepaald geen cijfers die wijzen op een economie die volledig tot stilstand is gekomen. Toch ontstaat een compleet ander beeld wanneer Nederlanders zelf wordt gevraagd hoe zij naar de economie kijken.

Nederlanders vertrouwen het nog altijd niet

Het consumentenvertrouwen kwam in september uit op -33. Dat is weliswaar iets beter dan de -34 van augustus, maar nog altijd extreem laag in historisch perspectief. Het gemiddelde over de afgelopen twintig jaar bedraagt volgens het CBS ongeveer -12.

Er zit dus een enorm gat tussen de economische cijfers en het economische sentiment. De economie groeit, er kwamen in het tweede kwartaal 15.000 banen bij en huishoudens geven meer uit, maar Nederlanders zijn tegelijkertijd uitzonderlijk somber.

Dat hoeft niet tegenstrijdig te zijn. Een economie kan groeien terwijl huishoudens het gevoel hebben dat hun persoonlijke financiële situatie nauwelijks verbetert. Het bruto binnenlands product meet namelijk hoeveel er in Nederland wordt geproduceerd, niet hoeveel koopkracht een individueel huishouden ervaart.

En precies daar begint het probleem.

Inflatie blijft aan koopkracht vreten

De Nederlandse inflatie bedroeg in augustus 3,3 procent. Dat was zelfs iets meer dan de 3,2 procent van juli. Goederen en diensten waren gemiddeld dus opnieuw aanzienlijk duurder dan een jaar eerder.

Belangrijk daarbij is dat een lagere inflatie niet betekent dat eerdere prijsstijgingen worden teruggedraaid. Wanneer boodschappen eerst fors duurder zijn geworden en vervolgens jaarlijks nog enkele procenten in prijs stijgen, blijft het nieuwe hogere prijsniveau bestaan. Dat verklaart mede waarom economische groei niet automatisch hetzelfde gevoel oplevert bij consumenten.

De Nederlandsche Bank verwachtte in zijn voorjaarsraming dat de gemiddelde inflatie over heel 2026 rond 2,7 procent zou uitkomen. Voor 2027 en 2028 rekende DNB destijds op respectievelijk 2,3 en 2,4 procent. Energieprijzen en geopolitieke ontwikkelingen blijven daarbij belangrijke onzekerheden.

Misschien wel het belangrijkste cijfer wordt nauwelijks besproken

Nog interessanter is wat er met het inkomen van huishoudens gebeurt. Het reëel beschikbare inkomen, waarbij dus rekening wordt gehouden met prijsstijgingen, lag in het tweede kwartaal 0,7 procent hoger dan een jaar eerder.

Op zichzelf is dat positief. Het probleem zit vooral in de ontwikkeling. In het tweede kwartaal van 2025 bedroeg de groei van het reëel beschikbare inkomen volgens het voortschrijdende jaargemiddelde nog 2,9 procent. In het derde kwartaal van 2025 was dat zelfs 3,2 procent. In het eerste kwartaal van 2026 was daar nog 2,2 procent van over en inmiddels resteert 0,7 procent.

Reëel beschikbaar inkomen huishoudens

Groei

Q2 2025

+2,9%

Q3 2025

+3,2%

Q4 2025

+2,5%

Q1 2026

+2,2%

Q2 2026

+0,7%

Bron: CBS, voortschrijdend jaargemiddelde.

Hier wordt de tegenstelling een stuk begrijpelijker. De economie groeit harder dan verwacht, maar de verbetering van het reële inkomen van huishoudens is juist sterk vertraagd.

Lonen stijgen nog wel hard

Dat betekent overigens niet dat Nederlanders helemaal geen inkomensgroei zien. De totale beloning van werknemers lag in het tweede kwartaal 5 procent hoger dan een jaar eerder. De cao-lonen stegen 4,3 procent en het aantal banen van werknemers nam met 1,1 procent toe. Ook ontvingen huishoudens 7,4 procent meer aan sociale uitkeringen.

Daar staat tegenover dat huishoudens 6,2 procent meer belastingen en sociale premies betaalden. Vervolgens moet ook nog rekening worden gehouden met de hogere prijzen. Daardoor blijft van de sterke nominale inkomensstijging uiteindelijk een veel beperktere verbetering van de daadwerkelijke koopkracht over.

Dat mechanisme is belangrijk voor beleggers. Wanneer lonen sterk blijven stijgen terwijl bedrijven die hogere kosten niet volledig kunnen doorberekenen, kunnen winstmarges onder druk komen te staan. Bedrijven met veel prijszettingsmacht bevinden zich daardoor in een aanzienlijk comfortabelere positie.

Nederlandse consument blijft ondertussen geld uitgeven

Misschien wel het meest opmerkelijke is dat Nederlanders ondanks het negatieve sentiment niet volledig op de rem trappen. De huishoudconsumptie groeide in de eerste raming van het tweede kwartaal met 0,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Vooral aan auto's en voedings- en genotmiddelen werd meer uitgegeven.

Daar ontstaat een vreemde combinatie. Nederlanders zeggen zeer negatief te zijn over de economie, maar blijven tegelijkertijd consumeren. Het CBS constateerde in september wel dat de omstandigheden voor verdere consumptiegroei iets ongunstiger zijn geworden. Onder meer de verwachtingen over werkloosheid en werkgelegenheid verslechterden, terwijl consumenten juist iets minder negatief werden over hun eigen financiële situatie voor de komende twaalf maanden.

Voor bedrijven die afhankelijk zijn van de Nederlandse consument wordt de komende periode daarom interessant. Wanneer het vertrouwen uiteindelijk begint te herstellen terwijl de reële inkomens blijven groeien, kan consumptie verder worden ondersteund. Blijft de inflatie daarentegen hardnekkig hoog, dan kan het tegenovergestelde gebeuren.

Hypotheekschuld nadert €1 biljoen

Tegelijkertijd is er nog een cijfer dat opvalt. Nederlandse huishoudens hadden aan het einde van het tweede kwartaal gezamenlijk ongeveer €948 miljard aan hypotheekschuld. Dat was €12 miljard meer dan slechts één kwartaal eerder.

De hypotheekschuld bedroeg daarmee ongeveer 80 procent van het Nederlandse bbp. Een jaar eerder was dat 79,6 procent. Het CBS koppelt de toename onder meer aan hogere huizenprijzen en het grotere aantal verkochte woningen.

Nederlandse huishoudens

Laatste cijfer

Hypotheekschuld

€948 miljard

Stijging in één kwartaal

€12 miljard

Hypotheekschuld als % bbp

80%

Reële inkomensgroei

+0,7%

Cao-loongroei

+4,3%

Inflatie augustus

3,3%

Nederland nadert daarmee de symbolische grens van €1 biljoen aan woninghypotheken. Zolang de arbeidsmarkt sterk blijft en inkomens stijgen hoeft een hoge hypotheekschuld niet automatisch tot problemen te leiden. Het maakt huishoudens en de economie echter wel gevoeliger voor ontwikkelingen op de woningmarkt en in de rente.

Bouw blijft opvallend zwak

Ook tussen Nederlandse sectoren zijn de verschillen enorm. Handel, horeca, vervoer en opslag groeiden in de eerste berekening van het tweede kwartaal met 1,8 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De industrie groeide 1,5 procent en informatie en communicatie 0,8 procent.

De bouw kromp daarentegen met 0,8 procent. Dat volgde op een krimp van 1,1 procent in het eerste kwartaal. Energiebedrijven krompen in het tweede kwartaal zelfs 3,5 procent.

Sector

Ontwikkeling Q2 2026*

Handel, horeca, vervoer en opslag

+1,8%

Industrie

+1,5%

Informatie en communicatie

+0,8%

Zakelijke dienstverlening

+0,5%

Bouw

-0,8%

Financiële instellingen

-1,1%

Energiebedrijven

-3,5%

*Sectorgegevens uit de eerste bbp-raming.

Dat maakt ook duidelijk waarom één cijfer over de Nederlandse economie nooit het hele verhaal vertelt. Sommige sectoren draaien uitstekend, terwijl andere delen van de economie juist krimpen.

En dan komt 2027

Daarmee verschuift de aandacht naar volgend jaar. Het kabinet presenteerde tijdens Prinsjesdag maatregelen om de koopkracht te ondersteunen en wil economische groei stimuleren door meer te investeren, hervormingen door te voeren en knelpunten rond onder meer netcongestie, vergunningverlening en regeldruk aan te pakken.

Tegelijkertijd wordt voor een doorsnee huishouden voor 2027 een koopkrachtdaling van 0,1 procent voorzien. Voor een doorsnee laag inkomen wordt een stijging van 0,2 procent geraamd en voor een doorsnee oudere 0,3 procent. Het pakket bevat onder meer een hogere arbeidskorting en lagere tarieven in de eerste twee belastingschijven.

Dat maakt de situatie opnieuw opmerkelijk. Nederland gaat 2027 niet in vanuit een recessie, maar vanuit een economie die harder blijkt te groeien dan eerder gedacht. Toch betekent dat niet automatisch dat ieder huishouden erop vooruitgaat.

Lees ook: Dit Nederlandse aandeel is al 64% gestegen en beleggers blijven maar kopen

Wat betekent dit voor Nederlandse beleggers?

Voor beleggers is vooral de samenstelling van de groei interessant. De industrie herstelt, de export blijkt sterker dan aanvankelijk gedacht en consumenten blijven geld uitgeven. Dat kan gunstig zijn voor verschillende cyclische ondernemingen wanneer die ontwikkeling doorzet.

Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid nodig. De inflatie van 3,3 procent is nog altijd relatief hoog, het consumentenvertrouwen blijft uitzonderlijk negatief en de groei van het reële beschikbare inkomen is duidelijk afgezwakt. Daarnaast blijft Nederland sterk afhankelijk van internationale handel en daarmee gevoelig voor geopolitieke spanningen en een verslechtering van de wereldeconomie.

De nieuwste cijfers schetsen daardoor geen simpel beeld van een economie die goed of slecht draait. Ze laten iets interessanters zien. Nederland produceert en consumeert meer, maar huishoudens ervaren die vooruitgang veel minder sterk dan de bbp-cijfers suggereren.

Precies dat verschil wordt richting 2027 cruciaal. Wanneer inflatie verder afneemt en de economische groei uiteindelijk sterker bij huishoudens terechtkomt, kan het sentiment behoorlijk omslaan. Maar wanneer prijzen hardnekkig blijven stijgen en de reële inkomensgroei verder afzwakt, kan Nederland op papier blijven groeien terwijl een groot deel van de bevolking zich afvraagt waar die economische voorspoed eigenlijk gebleven is.

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app