Kabinetsplannen gelekt en spaarders dreigen de rekening te betalen
Nederlandse spaarders en beleggers krijgen mogelijk opnieuw te maken met een forse verandering van box 3. Uit uitgelekte kabinetsplannen blijkt dat het kabinet vanaf 2028 wil overstappen op een systeem waarbij het daadwerkelijke rendement op vermogen centraal komt te staan. Tegelijkertijd dreigt…
Nederlandse spaarders en beleggers krijgen mogelijk opnieuw te maken met een forse verandering van box 3. Uit uitgelekte kabinetsplannen blijkt dat het kabinet vanaf 2028 wil overstappen op een systeem waarbij het daadwerkelijke rendement op vermogen centraal komt te staan. Tegelijkertijd dreigt een belangrijke vrijstelling flink te worden versoberd. Het belastingvrije rendement zou volgens de uitgelekte plannen dalen van 1.800 naar slechts 1.000 euro per jaar.
Voor honderdduizenden Nederlanders kan dat betekenen dat zij eerder met box 3-belasting te maken krijgen. Vooral mensen die een relatief bescheiden bedrag aan spaargeld of beleggingen hebben, kunnen hierdoor sneller binnen de belastingheffing vallen. Voor grotere beleggers speelt daarnaast een andere belangrijke verandering: de manier waarop winsten op beleggingen worden belast moet vanaf 2028 ingrijpend veranderen.
Box 3 gaat vanaf 2028 op de schop
Het huidige box 3-stelsel ligt al jaren onder vuur. Op dit moment wordt voor de belastingheffing nog grotendeels gewerkt met forfaitaire rendementen, waarbij de Belastingdienst een verondersteld rendement gebruikt. Voor 2026 bedraagt het box 3-tarief 36 procent en bedraagt het heffingsvrije vermogen volgens de huidige regels 59.357 euro per persoon. Voor fiscale partners is dat 118.714 euro.
Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen naar belastingheffing over het werkelijke rendement. De Tweede Kamer heeft eerder al ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3, maar de behandeling in de Eerste Kamer is nog niet afgerond. Bovendien is er de afgelopen maanden veel politieke discussie geweest over de precieze vorm van het nieuwe systeem.
De nieuwe uitgelekte plannen lijken daar een belangrijke wijziging aan toe te voegen. Voor aandelen zou meer richting een vermogenswinstbelasting worden bewogen. Daarbij wordt belasting geheven wanneer een daadwerkelijke winst wordt gerealiseerd, in plaats van jaarlijks belasting te heffen over een koersstijging die alleen op papier bestaat.
Belastingvrije rendement bijna gehalveerd
Daar staat voor spaarders en beleggers een stevige versobering tegenover. In eerdere plannen voor het nieuwe stelsel werd uitgegaan van een heffingsvrij rendement van 1.800 euro per persoon. Volgens de uitgelekte kabinetsplannen moet dat bedrag worden teruggebracht tot 1.000 euro.
Dat verschil lijkt op het eerste gezicht misschien beperkt, maar het zorgt ervoor dat aanzienlijk meer Nederlanders belastingplichtig kunnen worden. Het huidige systeem kent immers een heffingsvrij vermogen, terwijl in het nieuwe stelsel het behaalde rendement veel belangrijker wordt.
Wie bijvoorbeeld 50.000 euro spaargeld bezit en daar jaarlijks 2,5 procent rente over ontvangt, verdient 1.250 euro rente. Bij een belastingvrij rendement van 1.800 euro zou daar geen box 3-heffing over verschuldigd zijn. Bij een vrijstelling van slechts 1.000 euro blijft daarentegen 250 euro belastbaar rendement over.
Voor iemand met 100.000 euro spaargeld en dezelfde rente loopt het verschil verder op. Een rente van 2,5 procent levert jaarlijks 2.500 euro op. Bij een vrijstelling van 1.800 euro resteert 700 euro belastbaar rendement, terwijl dat bij een vrijstelling van 1.000 euro stijgt naar 1.500 euro.
Spaargeld | Rendement bij 2,5% | Belastbaar bij €1.800 vrijstelling | Belastbaar bij €1.000 vrijstelling |
€25.000 | €625 | €0 | €0 |
€50.000 | €1.250 | €0 | €250 |
€75.000 | €1.875 | €75 | €875 |
€100.000 | €2.500 | €700 | €1.500 |
€200.000 | €5.000 | €3.200 | €4.000 |
De exacte belastingdruk hangt uiteindelijk af van de definitieve wetgeving en het tarief dat in 2028 van toepassing is. De tabel laat vooral zien waarom het verlagen van de vrijstelling ervoor zorgt dat veel meer kleinere spaarders in beeld komen bij de Belastingdienst.
Voor beleggers verandert er nog veel meer
Voor beleggers is niet alleen de hoogte van de vrijstelling belangrijk. Minstens zo belangrijk is het moment waarop belasting wordt geheven. In het wetsvoorstel waar de afgelopen periode over werd gesproken, zouden spaargeld en veel beursgenoteerde beleggingen jaarlijks op basis van het werkelijke rendement worden belast. Dat betekent dat ook koerswinsten die nog niet zijn gerealiseerd in de belastingheffing terecht kunnen komen.
Juist tegen dat onderdeel ontstond veel weerstand. Stel dat een belegger op 1 januari voor 100.000 euro aandelen bezit en die portefeuille aan het einde van het jaar 120.000 euro waard is. Onder een vermogensaanwasbelasting kan die waardestijging van 20.000 euro meetellen voor de belasting, ook wanneer geen enkel aandeel is verkocht.
Bij een vermogenswinstbelasting werkt dat anders. De belastingclaim ontstaat dan in beginsel pas wanneer de belegger de winst daadwerkelijk realiseert door zijn belegging te verkopen. Dat kan vooral voor langetermijnbeleggers een belangrijk verschil maken, omdat zij niet ieder jaar geld hoeven vrij te maken om belasting over papieren koerswinsten af te rekenen.
Zo groot kan het verschil worden
Neem een belegger die 100.000 euro in aandelen heeft en in één jaar een rendement van 10 procent behaalt. De portefeuille groeit daardoor naar 110.000 euro en het rendement bedraagt 10.000 euro. Bij een vrijstelling van 1.800 euro zou 8.200 euro rendement overblijven voordat het toepasselijke box 3-tarief wordt toegepast.
Wanneer de vrijstelling naar 1.000 euro wordt verlaagd, stijgt dat belastbare bedrag naar 9.000 euro. Als ter illustratie het huidige box 3-tarief van 36 procent wordt gebruikt, komt dat neer op respectievelijk 2.952 en 3.240 euro belasting. Alleen de verlaging van de vrijstelling veroorzaakt in dit voorbeeld dus 288 euro extra belasting.
Jaarlijks rendement | Belastbaar bij €1.800 | Belastbaar bij €1.000 | Verschil belastbare grondslag |
€1.500 | €0 | €500 | €500 |
€2.500 | €700 | €1.500 | €800 |
€5.000 | €3.200 | €4.000 | €800 |
€10.000 | €8.200 | €9.000 | €800 |
€20.000 | €18.200 | €19.000 | €800 |
Voor hogere rendementen is het absolute verschil door de lagere vrijstelling dus begrensd, maar voor kleinere vermogens kan de verandering relatief veel groter zijn. Iemand die onder de eerdere grens helemaal niets hoefde af te dragen, kan straks opeens wel belastingplichtig worden.
Ook ondernemers krijgen met grote wijzigingen te maken
De plannen beperken zich bovendien niet tot particuliere spaarders en beleggers. Het kabinet wil volgens de uitgelekte informatie ook maatregelen nemen rond directeur-grootaandeelhouders en hun bv's. Een daarvan moet ondernemers tijdelijk stimuleren om meer winst uit hun onderneming naar privé te halen.
De belasting op dergelijke winstuitkeringen zou gedurende vier jaar worden verlaagd. Het idee daarachter is dat ondernemers eerder besluiten opgepotte winsten uit te keren, waardoor de overheid op korte termijn extra belastinginkomsten ontvangt. Het is daarmee gedeeltelijk een verschuiving van toekomstige belastingopbrengsten naar de komende jaren.
Tegelijkertijd wil het kabinet de mogelijkheden beperken om geld te lenen van de eigen bv. De grens zou volgens de uitgelekte plannen worden verlaagd van 500.000 naar 100.000 euro. Voor ondernemers die grote bedragen bij hun eigen onderneming hebben geleend kan dat aanzienlijke fiscale gevolgen hebben.
Kabinet verwacht honderden miljoenen extra
Opvallend is dat het totale pakket volgens de plannen uiteindelijk meer geld moet opleveren dan nodig is om de veranderingen in box 3 te financieren. Het kabinet verwacht naar verluidt bijna een half miljard euro meer binnen te halen dan nodig is om het financiële gat te dichten.
Dat geld moet vervolgens worden gebruikt om de inkomstenbelasting te verlagen. Hoe groot die verlaging wordt en welke inkomensgroepen daarvan het meest profiteren, is vooralsnog niet duidelijk.
Daarmee ontstaat een bredere verschuiving binnen het belastingstelsel. Vermogen en bepaalde inkomsten uit ondernemingen leveren de overheid meer inkomsten op, terwijl een deel daarvan via een lagere inkomstenbelasting terug moet vloeien naar huishoudens.
Politieke strijd over box 3 nog niet voorbij
De plannen zijn bovendien nog geen voldongen feit. Het kabinet heeft voor zijn begrotingen steun van oppositiepartijen nodig en juist rond box 3 lopen de standpunten sterk uiteen. Verschillende partijen hebben al kritiek geuit op de manier waarop de aanpassingen worden gefinancierd.
Dat maakt de komende politieke onderhandelingen bijzonder belangrijk voor beleggers. Het uitgangspunt dat box 3 vanaf 2028 moet veranderen staat al langer op tafel, maar zowel de precieze belastingmethode als de vrijstellingen zijn onderwerp van discussie. Daardoor kunnen onderdelen van het uitgelekte pakket nog worden aangepast voordat ze daadwerkelijk in wetgeving worden omgezet.
Vooral kleinere spaarder komt sneller in beeld
Voor beleggers zit er daardoor een opvallende tegenstelling in de plannen. Een vermogenswinstbelasting kan gunstiger uitpakken voor beleggers die aandelen jarenlang vasthouden, omdat de belastingheffing over koerswinsten kan worden uitgesteld totdat daadwerkelijk wordt verkocht. Tegelijkertijd wordt de drempel waaronder helemaal geen belasting over rendement hoeft te worden betaald juist aanzienlijk lager.
Vooral dat laatste kan de groep Nederlanders die daadwerkelijk met box 3 te maken krijgt vergroten. Een belastingvrij rendement van 1.000 euro is bij de huidige spaarrentes immers relatief snel bereikt. Bij 2 procent rente is daarvoor 50.000 euro spaargeld nodig, terwijl bij 3 procent rente al ongeveer 33.333 euro voldoende is.
De definitieve rekening kan pas worden opgemaakt wanneer minister Heinen de plannen officieel presenteert en duidelijk wordt welke onderdelen voldoende politieke steun krijgen. Eén ding wordt uit de uitgelekte plannen echter wel duidelijk: box 3 blijft volop in beweging en vanaf 2028 kan niet alleen de manier waarop vermogen wordt belast veranderen, maar ook de groep Nederlanders die daadwerkelijk belasting moet gaan betalen.
Word lid van De Belegger
Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.
Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar, Half Jaar en Ere lid, tot en met 1 oktober 2026, 23:59.
Ere lid
€ 1.500 € 1.005 eenmalig
- Columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
gewoon altijd toegang tot alles
5 Jaar
€ 799 € 535,33 eenmalig
- Columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement
We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.
Lees ook
- Shells inkoop van 3 miljard dollar leunt op de olieprijs29 september 2026 · Van de redactie
- Het dividend van Besi komt uit een cyclische winstpiek29 september 2026 · Van de redactie
- Adyen houdt maar een klein stukje over van elke verwerkte euro29 september 2026 · Van de redactie
- Broadcoms kasmarge is hoog maar niet helemaal van jou29 september 2026 · Van de redactie
- Netflix moet reclame omzetten in duurdere kijkuren29 september 2026 · Van de redactie