De kosten van de VanEck Semiconductor ETF zijn het enige risico dat vaststaat en juist daarom het kleinste zorgpunt
De kosten van SMH zijn zichtbaar en beperkt. Het grote risico zit in cyclische chipwinsten, waarderingskrimp en de dollar. We rekenen de winstbasis en drie koersjaren door.
In het kort
De VanEck Semiconductor UCITS ETF bezit 25 grote chipbedrijven. De Ierse, fysiek replicerende shareclass heeft ISIN IE00BMC38736. De officiële NAV bedroeg op 25 september $114,47 en het fondsvermogen lag rond $9,6 miljard.
De jaarlijkse kosten bedragen 0,35 procent. Dat bedrag is zichtbaar en relatief beperkt. Het grotere risico zit in de combinatie van cyclische winsten en hoge waarderingen. Wanneer winst en multiple tegelijk dalen, kan een kleine jaarlijkse kostenpost de schade nauwelijks verklaren.
De eurobeurslijn stond bij de laatste slotkoers op €98,29. De notering in euro maakt het fonds niet euro-afgedekt. De onderliggende bedrijven, koersen en winsten zijn sterk aan de dollar gekoppeld. De scenario’s voor 2027 tot en met 2029 tonen daarom winst, waardering, valuta en kosten afzonderlijk.
Een ETF wordt vaak gekozen om het risico van één aandeel te vermijden. Bij SMH werkt dat, maar slechts tot op zekere hoogte. Het fonds bezit chipontwerpers, fabrikanten en leveranciers van apparatuur. Een productfout bij één onderneming hoeft daardoor niet de hele portefeuille te raken. Tegelijk reageren vrijwel alle posities op dezelfde grote cyclus: investeringen in datacenters, smartphones, auto’s, geheugenchips en fabrieken.
Dat maakt SMH breder dan één chipbedrijf, maar smaller dan een wereldindex. De belegger koopt geen neutrale markt. Hij koopt een sector waarin vraag snel kan groeien, productie jaren vooruit moet worden gepland en klanten hun investeringsbudget abrupt kunnen aanpassen.
Een chipcyclus raakt winst én waardering
Chipbedrijven hebben hoge vaste kosten. Een fabriek, ontwikkelteam of lithografiemachine kost geld voordat de eerste extra chip is verkocht. Wanneer de vraag stijgt en capaciteit volloopt, groeit de winst vaak sneller dan de omzet. In een neergang werkt dezelfde operationele hefboom andersom. Lagere volumes drukken de bezetting en de winst kan veel harder dalen dan de omzet.
De eerste module combineert een winstdaling met een lagere koers-winstverhouding. Stel dat de winst 25 procent daalt en de multiple zakt van 35 naar 28. Dan valt de theoretische koersindex veel verder terug dan 25 procent. Beleggers betalen niet alleen voor minder winst, maar waarderen iedere resterende winstdollar ook lager.
Dat dubbele effect verklaart waarom een sterke sector fundamenteel kan blijven groeien terwijl het fonds toch hard daalt. De smartphonemarkt kan nog steeds groter zijn dan vijf jaar eerder, maar een tijdelijke voorraadcorrectie raakt orders. Datacenters kunnen structureel meer chips gebruiken, maar cloudbedrijven kunnen na een investeringsgolf een jaar lang op rendement sturen. De richting op lange termijn en het tempo op korte termijn zijn niet hetzelfde.
Het positieve tegenargument is dat AI de vraagbasis verbreedt. Training, inferentie, netwerken, geheugen en energiebeheer vragen verschillende soorten chips. Daardoor hangt de sector minder van één eindmarkt af. Toch is ook AI-capex geconcentreerd bij enkele grote kopers. Wanneer zij hun uitgaven vertragen, voelen meerdere fondsposities dezelfde schok.
De index selecteert pure spelers
VanEck beschrijft SMH als een portefeuille van bedrijven die ten minste de helft van hun omzet uit halfgeleiders of aanverwante activiteiten halen. Dat voorkomt dat een breed industrieconcern met slechts een kleine chiptak zwaar gaat wegen. De belegger krijgt daardoor zuivere sectorblootstelling.
Die zuiverheid heeft een prijs. Een gediversifieerd technologiebedrijf kan zwakke chipvraag opvangen met software of diensten. Een pure chiponderneming heeft minder uitwijkmogelijkheden. Dezelfde focus die in een hausse aantrekkelijk is, vergroot de gevoeligheid in een neergang.
De portefeuille bevat bovendien verschillende economische modellen. Een ontwerper zonder eigen fabriek besteedt productie uit en kan hoge marges halen, maar is afhankelijk van een fabrikant. Een foundry investeert tientallen miljarden in capaciteit en moet die jaren benutten. Een machinebouwer verkoopt dure systemen met lange levertijden. Een geheugenchipproducent opereert in een markt waar prijzen snel bewegen. Eén sectorlabel verbergt dus grote verschillen.
Spreiding werkt het beste tegen bedrijfsspecifieke problemen: een mislukte chip, een vertraagde fabriek of een verloren klant. Zij werkt minder goed tegen een algemene daling van investeringsbudgetten. Dat is het risico waarvoor de lage kostenratio geen bescherming biedt.
Een eurokoers blijft blootgesteld aan de dollar
De ETF kan op een Europese beurs in euro worden gekocht. Dat maakt handelen handig voor Nederlandse beleggers en voorkomt dat de broker de aankoop zelf in dollars hoeft af te rekenen. De economische waarde blijft echter grotendeels gebaseerd op dollaractiva.
Wanneer de onderliggende aandelen 15 procent stijgen in dollars en de dollar 5 procent verzwakt tegenover de euro, blijft na valuta en kosten minder over. De valutamodule rekent dit multiplicatief, omdat rendementen niet simpelweg bij elkaar worden opgeteld.
Valuta werkt ook binnen de bedrijven. Een Amerikaanse chipontwerper kan veel omzet buiten de Verenigde Staten verdienen. Een Europese machinebouwer rapporteert in euro maar verkoopt aan klanten die hun budget in dollars plannen. Daarom is het valutarisico niet exact gelijk aan het gewicht van Amerikaanse beursnoteringen. De beurslijn geeft vooral aan in welke munt de ETF wordt afgerekend, niet waar de economische winst ontstaat.
Een afgedekte shareclass zou valuta actief neutraliseren met derivaten. Deze shareclass doet dat niet. Dat kan op lange termijn zowel helpen als schaden. De dollar heeft in sommige perioden Europese beleggers beschermd en in andere perioden rendement weggenomen. Het belangrijke punt is dat de euroticker geen verzekering vormt.
De kosten zijn klein, maar zeker
De TER van 0,35 procent wordt ieder jaar uit het fondsvermogen gehaald. Bij €10.000 en 8 procent bruto rendement ontstaat na tien jaar een zichtbaar verschil met een identieke portefeuille zonder kosten. Dat verschil is reëel, maar moet in verhouding worden gezien.
Een daling van de portefeuillewaardering van 35 naar 28 keer winst heeft veel meer impact dan jaren aan beheerkosten. Ook een dollarbeweging van 5 procent kan in één jaar groter zijn dan tien jaar TER. De kosten tellen mee, maar winst en waardering bewegen de uitkomst veel sterker.
Naast de TER kunnen trackingverschil, transactiekosten en belastingen het rendement beïnvloeden. De officiële NAV bevat de feitelijke fondsuitkomst. De beurskoers kan gedurende de dag iets boven of onder die NAV handelen. Market makers en het creatieproces houden dat verschil normaal gesproken beperkt, maar niet gegarandeerd onder alle marktomstandigheden.
Lees ook: ASML-aandelen schieten omhoog en dit moet je weten. ASML laat goed zien waarom één cruciale leverancier veel waarde kan creëren en tegelijk gevoelig blijft voor het investeringsritme van klanten.
Welke winstgroei zit in €98,29?
Een ETF heeft geen eigen winst per aandeel zoals een onderneming. De onderliggende winst kan wel als index worden gemodelleerd. De huidige fondsprijs weerspiegelt die winstbasis maal de gemiddelde waardering van de portefeuille, aangepast voor valuta en kosten.
Bij 10 procent gewenst jaarlijks koersrendement, een huidige modelwaardering van 35 keer winst en een eindwaardering van 28 keer winst moet de onderliggende winst ongeveer 19 procent per jaar groeien. Dat is een stevige eis. Wanneer de eindmultiple gelijk blijft, daalt de benodigde groei. Wanneer beleggers in 2029 nog maar 22 keer winst betalen, loopt de vereiste winstgroei verder op.
Deze reverse rekensom is geen officiële fondswaardering. De portefeuille verandert bij herweging en iedere positie heeft een andere winstdefinitie. Zij maakt wel zichtbaar waar het rendement vandaan moet komen. Een hoge multiple is verdedigbaar wanneer winst jarenlang snel groeit. Zij wordt gevaarlijk wanneer beleggers groei verwarren met een rechte lijn.
Dividend speelt bij deze sector een kleinere rol dan bij een inkomensfonds. Sommige chipbedrijven keren geld uit of kopen aandelen in, andere investeren vrijwel alles. Aandeleninkoop creëert pas waarde wanneer de prijs onder de economische waarde ligt en het verwaterde aantal aandelen echt daalt. Daarom wordt inkoop niet nogmaals boven op de winstgroei gezet.
Drie paden voor 2027, 2028 en 2029
Het bearscenario begint met een winstdaling van 20 procent, gevolgd door beperkt herstel. De waarderingsfactor daalt verder en valuta werkt eerst tegen. De ondernemingensector kan daarin operationeel gezond blijven, terwijl de ETF-koers toch fors lager staat.
Het middenscenario gebruikt dubbelcijferige winstgroei maar een licht lagere waardering. Dat is een belangrijk reality check: goede bedrijven hoeven bij een hoge startprijs niet automatisch een uitzonderlijk beursrendement te leveren. Het gunstige scenario vraagt snelle winstgroei, sterke vraag naar AI-infrastructuur en een waardering die hoog blijft.
De negen koersen zijn scenario’s, geen voorspellingen. Uitkeringen staan buiten de getoonde prijs. De bediening maakt zichtbaar hoe één procentpunt extra winstgroei of een andere valuta-ontwikkeling zich over drie jaar opstapelt.
De beste reden om SMH te bezitten is dat halfgeleiders steeds meer functies in de economie aansturen. Rekenkracht, auto’s, industrie, communicatie en energiebeheer hebben allemaal meer chips nodig. Het fonds spreidt die structurele groei over meerdere winnaars.
De beste reden voor terughoudendheid is de startwaardering na een sterke koersperiode. Een sector kan onmisbaar zijn en toch tijdelijk te duur worden. Op €98,29 is 0,35 procent kosten niet het echte probleem. De doorslaggevende vraag is hoeveel van de huidige chipwinst door de cyclus heen standhoudt en welke multiple beleggers daar in 2029 nog voor betalen.
Foto: Jensen Huang, CEO van NVIDIA. Archieffoto via NVIDIA.
Koersen van de genoemde bedrijven
Koersen op die pagina's zijn vertraagd, met tijdstempel.
Lees ook
- Steun of wondermiddel, bij Shell bepaalt de kasstroom wat 4,2 miljard dollar aandeleninkoop echt oplevert27 september 2026 · Amerikaanse aandelen
- Zó klein is de advertentietak van Netflix nog naast ruim 51 miljard dollar jaaromzet en juist daar zit de kans27 september 2026 · Amerikaanse aandelen
- Kernwinst of kredietwinst, bij Tesla bepaalt het wegvallen van de emissiekredieten wat de autotak zelf nog verdient27 september 2026 · Amerikaanse aandelen
- Bank of America ziet het herstel van Nike nog verder wegschuiven en zet het aandeel op verkopen26 september 2026 · Amerikaanse aandelen
- Snelle bezorging kost Alibaba precies het geld dat pas bij de tweede bestelling van een klant terugkomt26 september 2026 · Amerikaanse aandelen