De Belegger

Van de redactie

Bijna niemand kijkt naar de rest van de chipketen terwijl juist die de rit van de VanEck Semiconductor UCITS ETF moet voortzetten

De VanEck Semiconductor UCITS ETF stond op 25 september 85,5% hoger in 2026. We rekenen hoeveel winstgroei uit de rest van de chipketen nodig is en hoe waardering, dollar en kosten doorwerken.

In het kort

Kernanalyse: De VanEck Semiconductor UCITS ETF, ISIN IE00BMC38736, had op 25 september 2026 een intrinsieke waarde van $114,47 en stond volgens VanEck 85,48% hoger sinds het begin van het jaar. De accumulerende shareclass heeft een kostenratio van 0,35% en de door ons gevolgde Euronext-lijn noteerde €98,29. Na zo'n stijging volstaat winstgroei bij enkele AI-winnaars niet. Een groter deel van de chipketen moet meedoen, terwijl waardering en dollar de uitkomst in euro sterk kunnen veranderen.

De ETF bezit producenten van chips en chipapparatuur. Dat spreidt ondernemingsrisico, maar de sector blijft cyclisch en de grootste posities wegen zwaar. Nvidia, geheugenmakers, foundries en apparatuurbedrijven reageren bovendien op verschillende delen van dezelfde investeringscyclus. Wanneer datacenters veel investeren, profiteren meerdere schakels tegelijk. Wanneer voorraden oplopen of klanten capex uitstellen, kan de tegenwind ook tegelijk door de keten bewegen.

De breedte achter de winstgroei

Een fonds kan tientallen namen bezitten en toch economisch afhankelijk zijn van een kleine kopgroep. Stel dat 32% van de portefeuille in de sterkste AI-winnaars zit. Groeit hun winst 35%, terwijl de rest slechts 8% groeit, dan komt een groot deel van de totale winstgroei uit die kopgroep. Dat is geen probleem zolang de groei doorzet, maar het maakt de waardering kwetsbaar voor één teleurstelling.

Brede groei betekent dat niet alleen versnellers en high-bandwidth memory profiteren, maar ook analoge chips, vermogenshalfgeleiders, productieapparatuur en volwassen nodes. Dat verlaagt de afhankelijkheid van een beperkt aantal hyperscalerbudgetten. Het is daarom nuttiger om per kwartaal naar de winstverwachtingen van de hele portefeuille te kijken dan alleen naar de omzetgroei van de grootste positie.

Winst en multiple liepen samen op

Een koersstijging van 85,48% binnen negen maanden kan niet jarenlang worden herhaald zonder een vergelijkbare stijging van de onderliggende winst. Een deel van de rit kan komen door hogere winstverwachtingen en een deel door een hogere koers-winstverhouding. Die tweede component is kwetsbaar, omdat een multiple kan dalen terwijl winst nog groeit.

In het model levert 30% winstgroei bij een stijging van de koers-winstverhouding van 26 naar 37 ongeveer 85% koersrendement. Dat benadert de gemelde jaarstijging, maar is geen schatting van de werkelijke portefeuille-K/W. Het laat het mechanisme zien: wanneer de winst volgend jaar nog 15% groeit en de multiple terugvalt, kan de koers toch dalen. Beleggers moeten daarom niet alleen vragen of AI groeit, maar welk deel al in de prijs zit.

Geheugen maakt de cyclus scherper

Geheugenbedrijven kunnen extreem winstgevend worden wanneer vraag en prijzen tegelijk stijgen. Dezelfde operationele hefboom werkt omgekeerd bij overcapaciteit. AI-servers vragen veel high-bandwidth memory, maar producenten investeren ook fors. Een vertraging in datacenterbouw of sneller aanbod kan de prijsomgeving abrupt veranderen.

De ETF combineert geheugen met minder cyclische schakels, maar sectorbrede correlatie blijft. Apparatuurbedrijven voelen orderuitstel voordat chipproducenten het in de omzet zien. Foundries kunnen hoge bezetting houden in geavanceerde nodes en tegelijk zwakte ervaren in volwassen capaciteit. Een fonds dempt het risico van één product, niet het risico dat de hele investeringscyclus afkoelt.

De eurokoers bevat dollarrisico

De Euronext-lijn noteert in euro, maar veel onderliggende aandelen, winsten en waarderingen zijn in dollars. Een euroticker is dus geen valutahedge. Als chipkoersen in dollars 15% stijgen en de dollar 10% verzwakt tegenover de euro, blijft voor de eurobelegger veel minder over. De exacte gevoeligheid hangt af van de landenmix, bedrijfsomzetten en de valuta waarin posities worden gewaardeerd.

De accumulerende shareclass herbelegt ontvangen dividenden. Dat maakt de koersvergelijking eenvoudiger dan bij een uitkerende ETF, maar dividend blijft een klein deel van het totale economische rendement. De jaarlijkse kosten van 0,35% worden in de intrinsieke waarde verwerkt en remmen het samengestelde rendement ieder jaar.

Welke winstgroei zit in €98,29?

Na een sterk jaar is reverse waardering nuttiger dan één koersdoel. Bij een gewenste 9% koersstijging per jaar, een huidige modelmultiple van 38 en een eindmultiple van 28 moet de onderliggende winst ongeveer 20% per jaar groeien. Dat is stevig voor een volledige sector, ook als de AI-kopgroep veel harder groeit.

Een hogere eindmultiple verlaagt de vereiste winstgroei, maar veronderstelt dat beleggers in 2029 nog steeds een grote premie betalen. Een lagere gewenste opbrengst doet hetzelfde. Wie de ETF koopt, neemt dus twee weddenschappen: de winstcyclus blijft bovengemiddeld en de markt blijft bereid daar een hoge prijs voor te betalen.

Drie mogelijke paden tot september 2029

De scenario's beginnen bij €98,29 en combineren jaarlijkse winstgroei, een waarderingsfactor, valuta en de fondskosten van 0,35%. De weergegeven bedragen zijn mogelijke ETF-koersen in euro. Dividend is door de accumulerende structuur in de fondswaarde verwerkt.

In het bearscenario daalt de winst in 2027 met 20%, krimpt de waardering en werkt de dollar tegen. Mogelijke koersen zijn ongeveer €55 in 2027, €37 in 2028 en €37 in 2029. In het middenscenario blijft de winstgroei dubbelcijferig, maar normaliseert de waardering geleidelijk. Dan ontstaan ongeveer €106, €115 en €122. In het gunstige scenario blijft de AI-cyclus breed, groeien ook andere chipsegmenten en blijft de waarderingspremie hoog. Dat geeft ongeveer €131, €162 en €188.

Dit zijn scenario's, geen koersdoelen. De actuele gewichten, winstverwachtingen en dollar kunnen de uitkomst snel veranderen. De interactieve tabel maakt zichtbaar welke aanname het meeste effect heeft.

Het sterkste tegenargument

Het sterke argument vóór SMH is dat halfgeleiders steeds meer functies in datacenters, auto's, industrie en consumentenelektronica uitvoeren. De sector heeft hoge toetredingsdrempels, lange klantrelaties en veel intellectueel eigendom. Een ETF voorkomt bovendien dat één verkeerd gekozen chipbedrijf de hele belegging bepaalt.

Het tegenargument is de prijs. Een structureel aantrekkelijke sector kan een zwakke belegging zijn wanneer de instapwaardering te hoog is. De stijging van 85,48% in 2026 trekt toekomstige opbrengsten naar voren. Exportbeperkingen, geopolitiek rond Taiwan, klantconcentratie en een voorraadcorrectie kunnen de hele sector tegelijk raken. Ook kan een nieuw chipontwerp waarde verschuiven van de ene schakel naar de andere zonder dat de totale markt even hard groeit.

Wat nu telt

De komende kwartalen moeten drie dingen bevestigen. De winstgroei moet verbreden buiten de grootste AI-namen. Nieuwe capaciteit mag niet sneller oplopen dan de vraag. En de waardering moet door winstgroei dalen zonder dat de koers daarvoor hoeft terug te vallen.

Bij €98,29 koopt de belegger een sterke sector na een uitzonderlijk sterk jaar. Dat kan nog goed uitpakken wanneer de winstbasis snel en breed groeit. Als de groei smal blijft of de multiple normaliseert, is een positieve sectortrend niet genoeg om de ETF-koers te beschermen.

Een extra controle is de verhouding tussen orders en uiteindelijke omzet. Chipapparatuur kent lange levertijden en klanten kunnen bestellingen naar voren halen wanneer capaciteit schaars is. Dat maakt een orderboek tijdelijk sterker dan de duurzame vraag. Bij chipproducenten kan hetzelfde gebeuren via voorraadvorming bij klanten. Een kwartaal met sterke verkoop zegt dan minder over het gebruik door de eindklant dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook het fondsmechanisme verdient aandacht. Een periodieke herweging verkoopt een deel van een winnaar wanneer het gewicht boven de indexlimiet komt en koopt achterblijvers bij. Dat vermindert concentratie, maar kan tijdens een langdurige trend rendement kosten. Omgekeerd voorkomt het dat één aandeel uiteindelijk de hele ETF domineert. De regel is dus geen gratis risicoreductie, maar een bewuste ruil tussen spreiding en het volledig laten doorlopen van winnaars.

Lees ook: Een analyse van twee semiconductor-ETF's

Volgens VanEck Semiconductor UCITS ETF, geraadpleegd op 27 september 2026. NAV, fondsomvang, kosten en jaarprestatie hebben als peildatum 25 september 2026.

Bronnen

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app