De Belegger

Van de redactie

Sociale zekerheid ontzien maar de rekening verhuist

Het kabinet schrapt ingrepen in de WW en WIA. Voor werknemers is dat een opluchting, maar de besparingsopgave verhuist. Dit betekenen de plannen voor inkomenszekerheid, andere begrotingen en de eigen buffer.

In het kort

Het kabinet haalt de resterende plannen voor de WW, de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de IVA uit de begroting van Sociale Zaken. Dat geeft werknemers en uitkeringsgerechtigden meer zekerheid. De besparingsopgave verdwijnt echter niet: voorlopig wordt zij opgevangen via geld voor prijsstijgingen bij andere begrotingen. Voor huishoudens draait het om inkomensbescherming; voor de overheid begint het lastige gesprek over de financiering pas.

Wie ziek wordt of zijn baan verliest, heeft weinig aan de belofte dat de overheidsbegroting er over vijf jaar keurig uitziet. De hypotheek, huur en boodschappen moeten ondertussen wel worden betaald. Daarom is het terugdraaien van aangekondigde ingrepen in de sociale zekerheid voor veel mensen meer dan een politieke overwinning. Het gaat om de vraag hoeveel tijd en financiële ruimte er overblijven wanneer werken tijdelijk of blijvend niet lukt.

Maar dezelfde Nederlander kan ook docent, belastingbetaler of spaarder zijn. Wat voor zijn uitkering een opluchting is, kan via een andere begroting alsnog gevolgen krijgen. Dat maakt het aanbod van het kabinet ingewikkelder dan de boodschap dat alle bezuinigingen verdwenen zijn. Op 29 september ligt er een voorstel waarmee het minderheidskabinet steun zoekt. De rekening wordt opnieuw verdeeld.

Klaver krijgt zijn belangrijkste toezegging

“Ze zijn van tafel en komen daar ook niet terug”, zei PRO-leider Jesse Klaver dinsdag, zo tekent het AD op. Voor hem was het schrappen van de ingrepen in de sociale zekerheid een belangrijke voorwaarde in het begrotingsoverleg. Vakcentrales FNV, CNV en VCP hebben hun protestacties opgeschort en willen opnieuw praten, meldt ANP.

De kabinetsbrief van 29 september noemt concreet de WW, de tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de IVA, de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. De maatregelen verdwijnen uit de begroting van Sociale Zaken. Het kabinet wil werkgevers en werknemers zo ruimte geven voor een sociaal akkoord.

De stellige woorden van Klaver zijn een politieke toezegging, geen garantie dat sociale zekerheid nooit meer verandert. Het kabinet blijft hervormingen nodig vinden. Dat verschil doet ertoe: een bestaande besparingsmaatregel schrappen en afspreken dat elk onderdeel van het stelsel voor altijd gelijk blijft, zijn twee heel verschillende besluiten.

Bij de AOW was de belangrijkste stap al gezet

De AOW wordt vaak samen met de WW en WIA genoemd, maar hier helpt de volgorde. Al op Prinsjesdag maakte het kabinet bekend af te zien van de voorgenomen een-op-eenkoppeling tussen de AOW-leeftijd en de levensverwachting. Ook de geplande verlaging van het maximumdagloon, dat meetelt bij de hoogte van verschillende uitkeringen, werd toen geschrapt.

Andere ingrepen waren op Prinsjesdag vooral uitgesteld. De verkorting van de WW en de daaraan gekoppelde hogere uitkering in de eerste twee maanden stonden bijvoorbeeld nog voor 2029 gepland. Het aanvullende aanbod haalt de genoemde WW-maatregelen nu uit de begroting. Dat is een verdere stap dan alleen een ingangsdatum opschuiven.

Een streep door een snellere stijging van de AOW-leeftijd betekent overigens niet dat de AOW-leeftijd voortaan voor iedereen vaststaat. Ook ontstaat er hierdoor geen extra pensioenuitkering bovenop een bestaande aanspraak. Het kabinet trekt een aangekondigde versobering terug. Voor iemand die zijn pensioen plant, blijft het onderscheid tussen bestaande regels en een ingetrokken voorstel belangrijk.

De miljarden verdwijnen niet uit de rekening

In de politieke berichtgeving circuleren bedragen van €6,5 miljard voor het oorspronkelijke pakket en circa €3 miljard voor de resterende opgave. Die bedragen zijn geen extra uitgaven die allemaal volgend jaar ingaan. De tijdlijn in de nieuwe brief is concreter: €305 miljoen in 2029, €1,399 miljard in 2030 en €2,414 miljard in 2031 komen terug bij Sociale Zaken. Daartegenover staan even grote besparingen op de aanvullende post voor prijsbijstelling.

Prijsbijstelling klinkt technisch. Het gaat om geld waarmee begrotingen worden aangepast aan hogere prijzen. Wanneer de kosten van ingekochte diensten of materialen stijgen, moet een organisatie meer betalen om hetzelfde te blijven doen. Als de compensatie wordt beperkt, ontstaat er druk om minder in te kopen, investeringen uit te stellen of elders ruimte te zoeken.

De eerste rekentool laat zien hoeveel van de opgave in 2031 elders overblijft als een sociaal akkoord besparingen oplevert. Bij €1 miljard opbrengst resteert van €2,414 miljard nog €1,414 miljard. Dat is een rekenscenario, geen verwachting van de uitkomst van de onderhandelingen.

Waarom onderwijs opnieuw kwetsbaar kan worden

De brief zondert Defensie, Justitie en Veiligheid, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds uit. Als hervormingen onvoldoende opleveren, bekijkt het kabinet in het voorjaar hoe de resterende besparing binnen de uitgaven wordt gevonden. Onderwijs is dus niet op dezelfde manier beschermd. Een vast bedrag aan nieuwe onderwijsbezuinigingen ligt hiermee nog niet vast.

Dat onderscheid voorkomt twee misverstanden. Het is te vroeg om te zeggen hoeveel een school of universiteit precies verliest. Tegelijk is het redelijk om te verwachten dat bescherming van sommige begrotingen de druk op andere vergroot. De politieke keuze is niet opgelost door het bedrag voorlopig op een andere post te zetten.

Ook economisch is er een spanning. Minder uitval en betere begeleiding naar werk kunnen de economie helpen. Bezuinigen op scholing kan juist mogelijkheden beperken om mensen aan ander werk te helpen. Dat bewijst niet dat elke onderwijsuitgave productief is. Het betekent wel dat een bezuiniging beoordeeld moet worden op haar gevolgen, en niet alleen op de besparing in het eerste jaar.

Voor werknemers telt hoeveel inkomen werkelijk overblijft

Het sociale vangnet is ook relevant voor mensen die nooit een uitkering hebben aangevraagd. Een deel van het risico op ziekte en werkloosheid wordt gezamenlijk gedragen. Daardoor hoeft een huishouden niet elke denkbare tegenslag volledig uit eigen vermogen te betalen.

Dat vangnet vervangt het oude inkomen niet automatisch. De huidige WW kent een maximale duur van 24 maanden, maar de werkelijke duur hangt onder meer af van het arbeidsverleden. Een korter arbeidsverleden levert doorgaans minder maanden op, legt de Rijksoverheid uit. Een nieuwsbericht over het behoud van de WW geeft iemand dus niet vanzelf recht op twee jaar uitkering.

Een eenvoudig huishoudvoorbeeld maakt de resterende kwetsbaarheid zichtbaar. Stel dat noodzakelijke uitgaven €3.000 per maand zijn en het netto-inkomen tijdens uitval €2.000 bedraagt. Dan moet maandelijks €1.000 uit reserves komen. Een buffer van €12.000 overbrugt twaalf maanden, zolang inkomsten en uitgaven gelijk blijven. De bedragen zijn eigen rekenaannames, geen berekening van een persoonlijke WW- of WIA-uitkering.

Een aandelenportefeuille kan dat tekort opvangen, maar de waarde kan juist zijn gedaald wanneer het geld nodig is. Het verdwijnen van een aangekondigde bezuiniging neemt dat risico niet weg. Voor een huishouden is daarom vooral van belang welk deel van het vermogen beschikbaar moet blijven voor lopende rekeningen.

De WIA is meer dan één uitkeringspercentage

Binnen de WIA bestaat onderscheid tussen de WGA en de IVA. Volgens UWV is de IVA bedoeld voor mensen die hooguit 20 procent van hun oude loon kunnen verdienen en bij wie dat vrijwel zeker zo blijft. De uitkering bedraagt 75 procent van het WIA-maandloon. Het gaat om bruto-bedragen en om een wettelijk bepaalde grondslag, niet simpelweg om 75 procent van elk eerder ontvangen nettosalaris.

Daarom heeft het terugnemen van het voornemen om de IVA af te schaffen een andere betekenis dan een algemene belastingverlaging. Het raakt de inrichting van de bescherming voor mensen met zeer beperkte vooruitzichten op herstel. Hun financiële planning loopt vaak veel langer dan een paar maanden werkloosheid.

Tegelijk blijft de discussie over uitvoering en preventie bestaan. Een regeling toegankelijk houden en zorgen dat mensen sneller passende hulp krijgen, kunnen elkaar versterken. Het lastige deel is aantonen dat een hervorming daadwerkelijk minder langdurige uitval veroorzaakt. Een lagere uitkering boeken levert op papier een besparing op, maar maakt iemand nog niet gezonder of beter inzetbaar.

Wat zekerheid voor een eigen buffer betekent

Een bruikbare vraag is hoeveel reserve nodig is om een gekozen periode te overbruggen. Met hetzelfde maandtekort van €1.000 vraagt twaalf maanden om €12.000. Wie al €6.000 heeft en twee jaar de tijd neemt om het verschil op te bouwen, moet daarvoor €250 per maand opzijzetten. De volgende tool rekent terug vanuit die gewenste ruimte.

Voor de komende drie jaar maken we daarnaast drie fictieve kaspaden. Het startbedrag is €12.000, het mogelijke maandtekort €1.000 en de maandelijkse toevoeging zolang het inkomen op peil blijft €250. Bij twaalf maanden uitval in het eerste jaar is de buffer eind 2027 volledig aangesproken. Bij zes maanden resteert €7.500. Zonder uitval groeit hij naar €15.000. Daarna veronderstellen we in alle paden herstel van de maandelijkse toevoeging.

Dit zijn geen voorspellingen van werkloosheid of toekomstige uitkeringen. Het zijn kasberekeningen zonder rente, inflatie of belasting. Ze laten zien waarom de duur van inkomensverlies veel meer kan uitmaken dan een kleine wijziging van het belastingtarief.

Het kabinet heeft een belangrijke zorg weggenomen door de genoemde maatregelen terug te trekken. Voor een oordeel over het hele pakket blijft de vervolgvraag wie de resterende rekening betaalt en of hervormingen werkelijk uitvoerbaar zijn. Zodra de regels definitief zijn, leggen we bij De Belegger uitgebreid uit wat verandert, welke praktische keuzes relevant zijn en welke tips daadwerkelijk helpen. Tot die tijd verdient het behoud van bescherming erkenning, zonder de verschoven rekening uit het oog te verliezen.

Foto: [Hans Vijlbrief](https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/hans-vijlbrief/foto), Martijn Beekman / Rijksoverheid. Officieel portret, beschikbaar voor redactioneel gebruik door nieuwsmedia.

Word lid van De Belegger

Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.

Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar, Half Jaar en Ere lid, tot en met 1 oktober 2026, 23:59.

Ere lid

€ 1.500 € 1.005 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

gewoon altijd toegang tot alles

Uitgelicht

5 Jaar

€ 799 € 535,33 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement

Bekijk de lidmaatschappen

We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.

Bronnen

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app