Rente of fees, bij ING telt alleen wat er van iedere extra euro na de kosten overblijft
ING kan niet blijven leunen op rentebaten. Meer provisies en commissies maken de inkomstenmix stabieler, maar alleen als de kosten niet even hard meestijgen.
In het kort
ING verdient het grootste deel van zijn geld met rente. De bank betaalt spaarders en andere financiers een vergoeding en ontvangt rente op hypotheken, bedrijfsleningen en beleggingen. Het verschil heet de net interest income, of netto rentebaten. Dat model kan zeer winstgevend zijn, maar beweegt mee met de rente en met hoe snel spaarders een hogere vergoeding vragen.
Fee-inkomsten maken de omzetmix minder afhankelijk van die rentecurve. ING ontvangt commissies voor betalen, beleggen, verzekeren, transacties en advies. In het tweede kwartaal groeiden de fee-inkomsten en hield de bank vast aan haar doel om de totale inkomsten in 2026 boven €24,5 miljard te brengen. Voor 2027 mikt ING op meer dan €26 miljard.
Het aandeel INGA met ISIN NL0011821202 noteerde op 24 september om 17.35 uur op €31,52 aan Euronext Amsterdam. Bij die koers verwacht de markt dat ING een hoog rendement op eigen vermogen vasthoudt, ook wanneer rentebaten minder meezitten. Fees kunnen daarbij helpen, maar alleen wanneer de kosten niet even hard oplopen.
Kernpunt: meer fee-inkomsten maken de omzet stabieler. Ze creëren pas waarde wanneer iedere extra euro fee meer oplevert dan technologie, personeel, toezicht en verkoop kosten.
Foto: Steven van Rijswijk, bestuursvoorzitter van ING, officiële foto van ING.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Waarom rentebaten zo gevoelig zijn
Een bank heeft activa met verschillende looptijden. Een hypotheek kan tien of twintig jaar rente opleveren, terwijl een spaarder zijn geld direct kan verplaatsen. Wanneer de beleidsrente stijgt, kan ING de spaarrente eerst langzaam verhogen. De marge loopt dan op. Na verloop van tijd vragen klanten meer rente of verschuiven zij naar deposito’s. Dan stijgen de financieringskosten.
Het omgekeerde gebeurt bij een rentedaling. Spaarrente kan snel dalen, maar leningen worden pas geleidelijk tegen lagere tarieven vernieuwd. De timing verschilt per portefeuille. Daardoor is netto rente-inkomen nooit alleen een simpele vermenigvuldiging van de ECB-rente.
Fees bewegen anders. Een betaalrekening, beleggingsproduct of adviestransactie kan inkomsten leveren zonder dat dezelfde rentegevoeligheid speelt. Ook fees zijn niet risicoloos. Beleggingscommissies dalen wanneer markten en klantactiviteit terugvallen. Betalingsinkomsten staan onder concurrentiedruk. Advies- en transactievergoedingen zijn cyclisch.
De module laat zien hoeveel groei in fees nodig is om lagere rentebaten op te vangen. Bij €16 miljard rentebaten betekent een daling van 5% een verlies van €800 miljoen. Tien procent groei op een fee-basis van €5,5 miljard voegt €550 miljoen toe. De bank houdt dan nog steeds een omzetgat van €250 miljoen over.
Dat voorbeeld maakt de schaal duidelijk. Fee-groei helpt, maar de rentemotor is veel groter. ING kan de afhankelijkheid geleidelijk verlagen, niet in één kwartaal wegwerken.
Kosten bepalen of diversificatie waarde toevoegt
Nieuwe fee-activiteiten vragen systemen, specialisten, klantenservice en compliance. Vermogensbeheer heeft adviseurs en rapportage nodig. Betalingen vereisen beveiliging, fraudecontrole en infrastructuur. Een hogere fee-omzet is daarom niet automatisch even winstgevend als extra rentebaten.
ING begeleidt voor 2026 naar €12,6 tot €12,8 miljard operationele kosten. De bank investeert in digitale dienstverlening en moet tegelijk voldoen aan steeds strengere eisen rond witwassen, cyberveiligheid en klantzorg. Technologie kan op termijn kosten per klant verlagen, maar de investering komt eerst.
De module telt netto rentebaten, fees en overige inkomsten bij elkaar op en vergelijkt die met de kostenbasis. Bij €24,5 miljard inkomsten en €12,7 miljard kosten ligt de eenvoudige kostenratio rond 51,8%. Dat is vóór kredietverliezen en belasting.
Een dalende kostenratio kan op twee manieren ontstaan. Inkomsten groeien sneller dan kosten, of de bank verlaagt de absolute kosten. De eerste route is vaak gezonder, omdat ING kan blijven investeren. Een te harde kostenbesparing kan controles verzwakken of service verslechteren.
Het sterke tegenargument is dat digitalisering schaalvoordeel geeft. ING bedient miljoenen klanten op een beperkt aantal platforms. Wanneer dezelfde technologie over meer landen en producten wordt gebruikt, kan iedere extra fee-euro een hoge bijdrage leveren. De bank heeft bovendien veel klantdata en dagelijkse contactmomenten via betalen.
De valkuil is complexiteit. Lokale regels, oude systemen en verschillende producten kunnen het schaalvoordeel vertragen. Een bankapp is zichtbaar, maar veel kosten zitten in de systemen erachter.
Kredietverliezen blijven belangrijker dan een mooie omzetmix
ING verdiende in het tweede kwartaal €1,947 miljard netto en realiseerde 17% rendement op tastbaar eigen vermogen. De CET1-ratio kwam uit op 13,1%. Dat is een sterke winstbasis en een buffer boven de kapitaaleis.
Een bank kan alleen niet naar inkomsten en kosten kijken. Leningen kunnen verslechteren. ING rapporteerde €279 miljoen risicokosten in het kwartaal, gelijk aan 15 basispunten van gemiddelde klantleningen. Dat is laag. In een recessie kan het bedrag snel stijgen.
De module rekent een extra kredietlast door. Twintig basispunten op €600 miljard leningen is €1,2 miljard vóór belasting. Na een belastingeffect van 25% blijft ongeveer €900 miljoen netto over. Dat zou bijna de helft van de kwartaalwinst raken.
Dit is geen voorspelling. Het laat zien waarom fee-groei alleen niet genoeg is. Een bank kan een paar honderd miljoen extra provisie verdienen en toch veel meer verliezen door wanbetaling. De kredietkwaliteit, onderpand en sectorverdeling blijven de belangrijkste bescherming.
ING spreidt over hypotheken, zakelijke leningen en landen. Dat verlaagt concentratie, maar maakt de balans niet immuun voor een brede Europese recessie. Hogere werkloosheid raakt hypotheken, lagere vastgoedwaarden raken onderpand en zwakkere bedrijfswinsten verhogen voorzieningen.
Kapitaalretour moet uit echte winst komen
ING keert dividend uit en koopt aandelen in. Dat kan aantrekkelijk zijn wanneer de bank boven haar kapitaaldoel zit en de koers laag is ten opzichte van de intrinsieke waarde. Minder aandelen verhogen de winst per aandeel wanneer de totale winst gelijk blijft.
De belegger moet inkoop en dividend niet dubbel tellen. Dividend verlaagt na betaling het eigen vermogen. Inkoop verlaagt kas en kapitaal. Een koersscenario op basis van toekomstige winst per aandeel mag dezelfde uitkering niet nogmaals als gratis koerswaarde toevoegen.
De kwaliteit van kapitaalretour hangt af van de winstbron. Een jaar met uitzonderlijk hoge rentemarge kan grote uitkeringen dragen, maar zegt weinig over een normale cyclus. Fee-groei is aantrekkelijk wanneer zij de winst stabieler maakt en daardoor een hogere, duurzamere uitkering ondersteunt.
Wat moet €31,52 waarmaken?
Een eenvoudige reverse waardering begint bij winst per aandeel. Gebruik als modelbasis €2,70. Wie 8% koersrendement per jaar verlangt, rekent in september 2029 met ongeveer €39,71. Bij een eindmultiple van negen keer winst is dan €4,41 winst per aandeel nodig.
Dat is aanzienlijk hoger dan de modelbasis. De vereiste winst daalt wanneer de markt in 2029 elf of twaalf keer betaalt. Een hogere multiple vraagt vertrouwen dat ING de ROTE boven de kapitaalkosten houdt en de inkomstenmix stabieler wordt.
Voor banken is boekwaarde ook belangrijk. Een onderneming die duurzaam 15% of meer rendement op tastbaar eigen vermogen verdient, mag boven boekwaarde handelen wanneer de kosten van eigen vermogen lager liggen. Daalt het rendement richting 10%, dan hoort een veel lagere premie.
De huidige koers vraagt daarom geen perfecte renteomgeving, maar wel een lange periode van sterke winstgevendheid. Fees moeten rentedruk verzachten, kosten mogen niet ontsporen en kredietverliezen moeten beheersbaar blijven.
Drie mogelijke koerspaden
Het bearscenario gebruikt voor 2027, 2028 en 2029 winst per aandeel van €2,30, €2,20 en €2,10. De multiple daalt van acht naar zeven. Mogelijke koersen zijn €18,40, €16,50 en €14,70. Dit past bij lagere rentebaten, zwakke fees en hogere kredietkosten.
Het middenscenario gebruikt €2,70, €2,90 en €3,10 winst per aandeel. Bij multiples van tien, tien en 9,5 komen mogelijke koersen uit op €27,00, €29,00 en €29,45. Dividend kan totaalrendement toevoegen, maar staat niet in deze koersen.
Het gunstige scenario rekent met €3,00, €3,35 en €3,70 winst per aandeel en multiples van elf, 11,5 en 11,5. Mogelijke koersen zijn €33,00, €38,53 en €42,55. Daarvoor moet ING de fee-omzet sterk laten groeien, kosten beheersen en weinig kredietverliezen boeken.
Dit zijn scenario’s, geen koersdoelen. Zij tonen mogelijke koersen zonder dividend. Wie totaalrendement wil berekenen, telt uitgekeerd dividend afzonderlijk bij de koersverandering op.
Waar we op letten
Vier cijfers zijn de komende kwartalen belangrijk. De eerste is de groei van fee-inkomsten per categorie. De tweede is de kostenratio en vooral de absolute kostenontwikkeling. De derde is de net interest income, inclusief de vergoeding op spaargeld. De vierde is de risicokost in basispunten.
Daarnaast telt de CET1-ratio na dividend en inkoop. Een hoge ratio is geen pot vrije kas, maar geeft ruimte om schokken op te vangen en aandeelhouders te belonen. De bank moet die ruimte niet uitkeren wanneer de kredietcyclus verslechtert.
Lees ook: Koop je na de koersval van Goldman Sachs kwaliteit of betaal je voor een uitzonderlijk beursjaar?
Conclusie
ING heeft een sterke klantbasis, een hoge actuele winstgevendheid en voldoende kapitaal. Hogere fee-inkomsten kunnen de bank minder afhankelijk maken van rentebaten en de winst stabieler maken.
Bij €31,52 is die diversificatie alleen waardevol wanneer de kosten niet even hard stijgen. De rentemotor blijft groot en kredietverliezen kunnen fee-groei snel overschaduwen. De belegging draait daarom om operationele discipline: meer inkomsten per klant, een beheersbare kostenbasis en echte winst per aandeel na alle krediet- en kapitaalkosten.
Lees ook
- Is het herstel van Philips echt begonnen zolang China blijft krimpen en de marge daarop moet wachten?26 september 2026 · Van de redactie
- Hoe lang kan Adyen verkopers blijven aannemen voordat de loonsom sneller groeit dan de netto-omzet?26 september 2026 · Van de redactie
- Trap niet in de eurokoers van de iShares Core MSCI World ETF want het dollarrisico verdwijnt daar niet mee26 september 2026 · Van de redactie
- Een lege GPU veroudert bij IREN precies zo snel als een volle die wel geld verdient26 september 2026 · Van de redactie
- Dít is waarom het herbelegde dividend van de Vanguard FTSE All-World ETF nooit helemaal in de koers terugkomt26 september 2026 · Van de redactie