De Belegger

Van de redactie

Goedkoper dividend uit de bv verandert de rekensom

Het kabinet wil de leendrempel voor de eigen bv stapsgewijs verlagen en dividend vier jaar goedkoper maken. Waarom de uiteindelijke vermogenswaarde belangrijker is dan alleen de tariefkorting.

In het kort

Het kabinet wil de grens voor excessief lenen uit de eigen bv vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen verlagen van €500.000 naar €100.000. Tegelijk moet het hoge box 2-tarief in 2027 tot en met 2030 dalen van 31% naar 29,2%. Daarmee worden ondernemers aangemoedigd eerder belasting te betalen over opgepotte winsten. Voor de aandeelhouder ontstaat een lastige afweging tussen aflossen, dividend uitkeren en geld in het bedrijf houden. De aangekondigde korting is overzichtelijk, maar de gevolgen voor financiering en toekomstige belasting kunnen veel groter zijn. De voorstellen zijn nog geen definitieve wet.

Een ondernemer met €450.000 schuld aan zijn eigen bv kan vandaag onder de gebruikelijke grens voor excessief lenen blijven. Als de nieuwe plannen doorgaan, verandert dat geleidelijk. Zonder aflossingen komt in 2027 €30.000 boven de voorgestelde basisgrens uit. In 2031 bedraagt het verschil met die basisgrens €350.000. Dat laatste is geen aanslag van €350.000 en evenmin een bedrag dat ieder jaar opnieuw wordt belast. Het maakt wel duidelijk hoeveel financieringsruimte fiscaal anders behandeld kan worden.

Het kabinet biedt tegelijkertijd een zachtere landing voor dividend. Volgens de Kamerbrief van 29 september moet een lager tarief geld uit bv’s losmaken. Het politieke idee is begrijpelijk: de schatkist krijgt eerder inkomsten binnen. Voor de ondernemer telt een andere vraag. Blijft er over een paar jaar méér geld over wanneer hij op die uitnodiging ingaat?

De grens gaat ieder jaar een stukje omlaag

De brief noemt vijf stappen van €80.000 vanaf 2027. Uitgaande van de huidige basisgrens van €500.000 betekent dat €420.000 in 2027, €340.000 in 2028, €260.000 in 2029 en €180.000 in 2030. De grens van €100.000 wordt dan in 2031 bereikt. Dat verschil in timing is belangrijk voor iemand die een lening heeft gebruikt voor een tweede woning of een andere langlopende investering. Er staat geen plotselinge afbouw naar een ton voor volgend jaar in de brief.

Ook de term leengrens verdient uitleg. De bestaande regeling verbiedt een hogere lening niet. Volgens de Belastingdienst wordt het bovenmatige deel als inkomen in box 2 behandeld. De schuld blijft bestaan, inclusief rente en aflossingsafspraken. Eerder belaste fictieve voordelen verhogen bovendien de persoonlijke drempel. Bij aflossing kan een negatief fictief voordeel ontstaan. Daardoor wordt hetzelfde bovenmatige bedrag niet simpelweg ieder jaar opnieuw belast.

De eenvoudige rekentool toont daarom alleen de afstand tussen een schuld en de voorgestelde basisgrens. Bij €450.000 schuld is die afstand in 2028 €110.000. Dat is zonder aflossingen €80.000 meer dan een jaar eerder. Hoeveel daarvan uiteindelijk in een aangifte terechtkomt, hangt mede af van eerdere heffing en de uiteindelijke overgangsregels.

Wie €80.000 wil aflossen met een dividenduitkering, moet bovendien bruto en netto uit elkaar houden. Als die hele uitkering tegen het voorgestelde hoge tarief van 29,2% wordt belast, is ongeveer €112.994 bruto dividend nodig om €80.000 netto over te houden. Het verschil van bijna €33.000 gaat naar belasting. Aflossen met dividend vergt daardoor meer uitkeerbare reserves dan het gewenste aflossingsbedrag. Een lagere leendrempel kan dus een liquiditeitsvraag oproepen die groter is dan de jaarlijkse stap van €80.000.

De kabinetsbrief laat kwalificerende eigenwoningleningen buiten de afbouw. Een lening voor een vakantiehuis is daarmee niet automatisch vrijgesteld. In de huidige regeling gelden voor de eigenwoninguitzondering voorwaarden, waaronder in beginsel een hypotheekrecht voor de bv. Voor eigenwoningschulden die al op 31 december 2022 bestonden geldt op dat punt een uitzondering. Ook gezamenlijke schulden van fiscale partners en schulden aan meerdere eigen bv’s kunnen meetellen.

Een dividendkorting is geen lagere winstbelasting

De tweede helft van het plan is een tijdelijke verlaging van het hoge box 2-tarief met 1,8 procentpunt. Jetten, Heinen en Eerenberg schrijven in hun brief: “Dit stimuleert ondernemers om tegen een lager tarief vastzittend vermogen uit hun onderneming te halen.” De beoogde periode loopt vier jaar vanaf 2027.

Box 2 is inkomstenbelasting van de aandeelhouder. De bv betaalt daarnaast vennootschapsbelasting over haar belastbare winst. Die twee belastingen mogen niet op één hoop worden gegooid. Wie hoort dat een ondernemer 29,2% betaalt, ziet daarmee doorgaans alleen de laatste belastinglaag. Bij bijvoorbeeld 19% vennootschapsbelasting en daarna 29,2% box 2 blijft van €100 winst vóór die belastingen €57,35 over. De gezamenlijke druk is dan 42,65%, niet 48,2%, want de percentages worden na elkaar toegepast.

De huidige box 2-tarieven zijn in 2026 24,5% over de eerste €68.843 belastbaar inkomen en 31% over het meerdere. De genoemde €68.843 is dus een grens voor 2026. Die mag niet zonder meer als definitieve grens voor de tijdelijke regeling worden gebruikt. De brief kondigt een verlaging van de tweede schijf aan, geen korting van 1,8 procentpunt op ieder dividendbedrag.

Voor €100.000 dividend dat volledig in de hoge schijf valt, scheelt 31% naar 29,2% precies €1.800. Het nettobedrag stijgt van €69.000 naar €70.800. Die 2,61% extra nettobestedingsruimte is prettig, maar moet worden afgewogen tegen de gevolgen van het naar privé halen van het hele bedrag.

De ingehouden dividendbelasting wordt normaal verrekend met de inkomstenbelasting. De gebruikelijke inhouding van 15% is daarom geen extra belasting bovenop de volledige box 2-heffing. Bij het vergelijken van bruto en netto bedragen voorkomt dat een flinke rekenfout.

De schatkist haalt inkomsten naar voren

De combinatie is slim gekozen vanuit het perspectief van de overheid. Een lagere leendrempel verkleint de ruimte om privé over ondernemingsgeld te beschikken zonder een uitkering. Een lager dividendtarief maakt zo’n uitkering vervolgens aantrekkelijker. Het kabinet duwt en trekt daarmee tegelijk aan dezelfde geldstroom.

Maar eerder ontvangen belasting is niet automatisch blijvend hogere belastingopbrengst. Als een ondernemer volgend jaar dividend uitkeert dat hij anders vijf jaar later had uitgekeerd, is een deel van de opbrengst naar voren gehaald. Wordt dat toekomstige dividend bovendien tegen een lager tarief belast, dan kan een tijdelijke meevaller samengaan met een latere tegenvaller. Dat is precies waarom een tariefkorting de begroting tijdelijk kan helpen, hoewel het percentage daalt.

Voor de ondernemer werkt die tijdsverschuiving andersom. Een euro belasting die nu wordt betaald, kan niet meer in de bv renderen. Daar staat tegenover dat het overblijvende privégeld ook rendement kan opleveren. De juiste vergelijking gebruikt daarom aan beide kanten netto eindbedragen. Alleen kijken naar een hoog saldo op de zakelijke rekening of een lagere dividendheffing geeft een onvolledig beeld.

Welk rendement maakt privé aantrekkelijker?

Neem als vereenvoudigd voorbeeld geld dat in de bv jaarlijks 4% belastbare rente oplevert. Bij een aangenomen vennootschapsbelasting van 19% blijft daarvan 3,24% over om te herbeleggen. De tarieven van de vennootschapsbelasting zijn in 2026 19% tot en met €200.000 belastbare winst en 25,8% daarboven. Welke marginale schijf voor extra rente geldt, hangt dus ook af van de overige bedrijfswinst.

Als bij direct uitkeren en later uitkeren hetzelfde box 2-tarief geldt, moet het privégeld in dit voorbeeld netto eveneens 3,24% verdienen om financieel gelijk te eindigen. Wordt iedere extra euro particuliere rente tegen 36% belast en is de vrijstelling al gebruikt, dan vraagt dat om ongeveer 5,06% bruto rente. Dat is een rekensom met vaste aannames, geen beschikbare bankaanbieding of persoonlijke belastingberekening.

Bij aandelen ligt het anders. Uitgestelde belasting over koerswinsten, jaarlijkse dividenden, kosten en verliesverrekening veranderen de uitkomst. Wie de rekenrente van 4% vervangt door een verwacht aandelenrendement van 8%, heeft daarmee nog geen betrouwbare vergelijking tussen privé en de bv gemaakt. Het moment waarop de winst belast wordt, moet dan mee veranderen.

Eerst de eindwaarde, daarna de fiscale verleiding

Onze driejaarstool begint met €200.000 bestaande winstreserves na reeds betaalde vennootschapsbelasting. We veronderstellen dat alle uiteindelijke dividenduitkeringen in de hoge box 2-schijf vallen. Bij 4% jaarlijks rendement, 19% belasting over positieve jaarlijkse opbrengsten en 29,2% box 2 bij uitkering blijft eind 2027 ongeveer €146.188 privé beschikbaar. Eind 2028 is dat €150.924 en eind 2029 €155.814. Elke jaaruitkomst is een afzonderlijk moment waarop alles wordt uitgekeerd.

Het aanvankelijke bruto bedrag wordt dus niet verward met vrij besteedbaar privévermogen. Bij een jaarlijks verlies van 5% resteert na drie jaar in dit vereenvoudigde model ongeveer €121.404. Bij 8% positieve jaaropbrengst is dat circa €170.949. Een belastingkorting beschermt geen portefeuille tegen verliezen. Verliesverrekening, kosten en vrijstellingen zijn hier buiten beschouwing gelaten; de tool laat zien hoe gevoelig de uiteindelijke rekening voor het rendement is.

En zelfs die eindwaarde is maar één kant van de beslissing. Een bedrijf kan reserves nodig hebben voor salarissen, belastingaanslagen en investeringen. Volgens het Ondernemersplein moet bij een uitkering worden getoetst of de bv haar schulden kan blijven betalen. Geld dat nodig is om het bedrijf gezond te houden, is niet opeens overtollig doordat Den Haag dividend goedkoper wil maken.

De voorgestelde vijfjarige afbouw geeft ondernemers tijd om hun financiering te bekijken. De vierjarige tariefkorting maakt dat gesprek urgenter, maar niet eenvoudiger. Wie alleen de €1.800 korting op een ton hoogbelast dividend ziet, kan een veel grotere beslissing over rendement, schuld en bedrijfsbuffer onderschatten. Zodra de regels definitief zijn, leggen we bij De Belegger de praktische keuzes en tips uitgebreid uit, met voorbeelden waarin ook aflossing, partnerverdeling en het vermogen na alle belastingen worden meegenomen.

Foto: [Eelco Eerenberg](https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/eelco-eerenberg/foto), Martijn Beekman / Rijksoverheid. Officieel portret, beschikbaar voor redactioneel gebruik door nieuwsmedia.

Word lid van De Belegger

Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.

Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar, Half Jaar en Ere lid, tot en met 1 oktober 2026, 23:59.

Ere lid

€ 1.500 € 1.005 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

gewoon altijd toegang tot alles

Uitgelicht

5 Jaar

€ 799 € 535,33 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement

Bekijk de lidmaatschappen

We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.

Bronnen

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app