Er kruipt een addertje door de VanEck Quantum Computing ETF en het heet drie verlieslatende koplopers
De grootste pure quantumspelers wegen samen bijna een kwart in QUTM. Spreiding over namen voorkomt niet dat dezelfde financierings- en waarderingsrisico’s tegelijk toeslaan.
In het kort
De VanEck Quantum Computing UCITS ETF spreidt over tientallen bedrijven, maar de grootste pure quantumspelers wegen samen bijna een kwart. IonQ, D-Wave Quantum en Rigetti bewegen bovendien vaak op dezelfde verwachtingen over commerciële doorbraken, financiering en toekomstige rekenkracht. Drie namen zijn dan nog geen drie onafhankelijke winstbronnen.
De gekozen Xetra-lijn met ticker QUTM noteerde op 25 september rond €26,35. Het fonds heeft ISIN IE0007Y8Y157, een basisvaluta in dollars en herbelegt dividend. De lopende kosten bedragen 0,55 procent per jaar. Een notering in euro neemt het dollarrisico niet weg.
De shareclass is accumulating. Ontvangen dividend blijft in het fonds en komt terug in de intrinsieke waarde. Dat dividend mag dus niet later nog eens bij het koersrendement worden opgeteld. Bij veel pure quantumspelers is dividend voorlopig overigens niet de kern; zij gebruiken beschikbare kas voor onderzoek, personeel en overnames. De grotere technologieposities kunnen wel uitkeren en verzachten daarmee een klein deel van de fondskosten.
Het aantrekkelijke verhaal is duidelijk. Quantumcomputing kan ingewikkelde problemen oplossen die klassieke computers moeilijk aankunnen. Het beleggingsrisico zit in de route naar betaalde toepassingen. Veel pure plays maken nog verlies en hebben kapitaal nodig voordat omzet en marge de waardering dragen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Spreiding over namen is niet hetzelfde als spreiding over risico
Een ETF voorkomt dat één mislukte onderneming de hele belegging uitwist. Dat is waardevol in een jonge sector. Toch kunnen verschillende bedrijven tegelijk last hebben van hetzelfde probleem. Wanneer beleggers minder willen betalen voor verre toekomstverwachtingen, dalen meerdere quantumspelers samen.
De grootste pure plays verkopen verschillende technieken en hebben andere klanten. IonQ werkt met trapped ions, D-Wave heeft een sterke positie in quantum annealing en Rigetti bouwt op supergeleidende systemen. Voor de beurs delen zij wel een financieel profiel: hoge ontwikkelkosten, beperkte huidige omzet en de noodzaak om toegang tot kapitaal te houden.
Ook de klanten overlappen. Overheden, universiteiten, defensieorganisaties en grote ondernemingen testen vaak meerdere systemen voordat ze een langdurig contract sluiten. Een groter aantal pilots in de sector kan daardoor tegelijk bij verschillende aanbieders zichtbaar worden, zonder dat al die pilots later grote productieomzet opleveren. Dat maakt orderberichten nuttig, maar nog geen bewijs van een stabiele economische slotgracht.
Bij een gezamenlijk gewicht van 24 procent en een daling van 30 procent bij de koplopers kost dat de ETF ruim 7 procentpunt. Stijgt de rest van de portefeuille 3 procent, dan blijft het totaal nog steeds duidelijk negatief. De module laat zien waarom het gewicht van een groep belangrijker kan zijn dan het aantal namen.
Daar staat tegenover dat een doorbraak bij één winnaar veel waarde kan toevoegen. Een ETF hoeft vooraf niet te raden welk technisch pad wint. Periodieke herweging kan winnaars deels afromen en achterblijvers bijvullen. Dat beschermt tegen extreme concentratie, maar kan ook een uitzonderlijke winnaar te vroeg verkleinen.
Verliesmakers moeten hun onderzoek financieren
Een quantumcomputer op commerciële schaal vraagt hardware, koeling, foutcorrectie, software en gespecialiseerde medewerkers. Omzet groeit vaak vanuit projecten en samenwerkingen, terwijl de kosten al volledig lopen. Daardoor blijft vrije kasstroom lang negatief.
Bedrijven kunnen dat financieren met kas, schuld of nieuwe aandelen. Voor vroege groeibedrijven is aandelenuitgifte vaak het meest beschikbaar. Dat verlengt de runway, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer aandelen. Een bedrijf kan operationeel vooruitgaan terwijl de omzet per aandeel minder hard groeit.
De financieringsmodule koppelt een nieuwe kapitaalronde aan de beurswaarde en het gewicht in QUTM. Zij veronderstelt niet dat een concrete uitgifte is aangekondigd. De bedoeling is zichtbaar te maken hoe dezelfde kapitaalbehoefte op twee niveaus werkt: eerst bij het bedrijf en daarna in het fonds.
Een sterk tegenargument is dat de grote kasbuffers van sommige pure plays jaren ontwikkeling kunnen financieren. Dat klopt. Kas verlaagt het korte financieringsrisico. Zij is alleen niet gratis wanneer de markt al een zeer hoge ondernemingswaarde toekent. Uiteindelijk moet het geld producten opleveren die klanten blijven gebruiken en betalen.
Gemengde technologiebedrijven veranderen het profiel
QUTM bevat niet alleen pure quantumspelers. Grote technologie- en halfgeleiderbedrijven hebben quantumonderzoek naast bestaande winstgevende activiteiten. Hun kasstromen kunnen ontwikkeling financieren zonder telkens nieuwe aandelen uit te geven.
Dat maakt de ETF financieel weerbaarder, maar ook minder zuiver. Een sterke cloud-, chip- of softwareactiviteit kan de koers bepalen terwijl quantum nauwelijks bijdraagt. De belegger krijgt dus een mix van directe quantumgevoeligheid en bredere technologiebedrijven.
Die mix is niet per se een nadeel. Platformbedrijven kunnen juist verdienen aan simulatie, cloudtoegang, componenten en software voordat een universele quantumcomputer commercieel is. Ze verkopen de pikhouwelen tijdens de zoektocht naar goud. Het maakt wel uit welk verhaal bij de waardering hoort. Een hoge multiple voor een pure play vraagt iets anders dan een hogere winstmultiple voor een bestaand chipbedrijf.
Herweging verkoopt een deel van het succes
Stel dat een positie begint op 8 procent en daarna verdubbelt, terwijl de rest van de portefeuille 5 procent stijgt. Het gewicht loopt dan op tot ruim 14 procent. Wanneer de indexmethodiek het gewicht terugbrengt naar 8 procent, verkoopt het fonds een deel van de winnaar.
Dat verlaagt het risico dat één aandeel de ETF gaat domineren. Het betekent ook dat QUTM niet volledig meedoet wanneer dezelfde winnaar daarna nog eens verdubbelt. Voor een thematische ETF is dat een belangrijke eigenschap. Het rendement komt niet alleen van de gekozen bedrijven, maar ook van de regels waarmee hun gewichten worden aangepast.
De andere kant is eveneens relevant. Een sterk gedaalde positie kan bij een herweging worden aangevuld zolang zij aan de selectiecriteria voldoet. Dan koopt het fonds mechanisch meer van een bedrijf waarvan de markt het vooruitzicht juist lager inschat. Methodische discipline voorkomt emotie, maar garandeert geen goede fundamentele uitkomst.
Wat moet €26,35 waarmaken?
Bij winstgevende bedrijven kan een P/E een bruikbaar vertrekpunt zijn. Voor QUTM werkt dat minder goed, omdat meerdere belangrijke posities verlies maken. Daarom gebruikt de reverse waardering een gewogen omzetmultiple en maakt zij verwatering van het pure-playdeel zichtbaar.
Wie vanaf €26,35 drie jaar lang 10 procent koersrendement wil, heeft in 2029 ongeveer €35,07 nodig. Bij een gewogen omzetmultiple van zes keer en 12 procent cumulatieve verwatering op een pure-playgewicht van 24 procent hoort daar een omzetindex van ongeveer zes bij. De index is een relatieve rekeneenheid, geen gepubliceerde fondsprognose.
Een hogere multiple maakt de vereiste omzet lager, maar vergroot de afhankelijkheid van sentiment. Een lagere multiple dwingt de portefeuille om meer echte omzet te leveren. In een sector met snelle technische ontwikkeling is dat verschil groot.
Drie mogelijke koerspaden
In het bearscenario daalt de intrinsieke waardefactor naar 0,72, 0,62 en 0,55 in 2027, 2028 en 2029. Met een dollar die geleidelijk verzwakt en de jaarlijkse TER geeft dat mogelijke koersen rond €18,90, €15,74 en €13,56.
Het middenscenario gebruikt factoren van 1,10, 1,28 en 1,48 bij een stabiele dollar. Na kosten komen ongeveer €28,83, €33,36 en €38,35 in beeld.
In het gunstige scenario lopen de factoren naar 1,35, 1,75 en 2,30. Met een iets sterkere dollar worden dat ongeveer €36,12, €47,06 en €62,89.
Dit zijn scenario's, geen koersdoelen. De grote bandbreedte past bij een sector waarin waarderingen sneller bewegen dan de huidige omzet. Het fonds kan in een gunstig technisch klimaat sterk stijgen en bij financieringsstress tegelijk hard dalen.
Conclusie
QUTM biedt een praktische mand om op quantumcomputing in te zetten zonder één technisch pad te kiezen. De ETF combineert pure plays met grotere technologiebedrijven en herbelegt dividend. De keerzijde is dat een kwart van het fonds nog altijd kan leunen op een kleine groep verlieslatende koplopers met vergelijkbare financieringsrisico's.
Bij €26,35 gaat het daarom niet alleen om de vraag of quantumcomputing werkt. Belangrijker is wie ermee verdient, hoeveel nieuw kapitaal daarvoor nodig is en hoeveel omzet per bestaand aandeel overblijft. De fondsregels spreiden bedrijfsrisico, maar kunnen de gemeenschappelijke sectorcyclus niet wegpoetsen.
Lees ook: Waarom een technologie-ETF soms minder gespreid is dan hij lijkt.
Lees ook
- Hoe lang kan de advertentiemachine van Meta het miljardenverlies van Reality Labs blijven dragen?26 september 2026 · Van de redactie
- Hyves kan pas verdienen als de gezelligheid schaalbaar wordt26 september 2026 · Van de redactie
- Elke extra euro omzet levert Adyen precies de marge op die de koers al als gegeven inprijst26 september 2026 · Van de redactie
- ServiceNow koopt voor miljarden dollars eigen aandelen in terwijl de aandelenbeloning de teller net zo hard weer opvult26 september 2026 · Van de redactie
- Is het herstel van Nike echt begonnen nu wholesale groeit en de eigen winkels krimpen?26 september 2026 · Van de redactie