De Belegger

Van de redactie

De schoonmaak-cao geeft meer reiskosten maar minder loon bij ziekte

De nieuwe schoonmaak-cao verhoogt lonen met samen 6,19 procent en breidt de reisvergoeding uit. Toch kunnen werknemers met een kort dienstverband bij ziekte inkomen missen, terwijl klanten en werkgevers om de rekening strijden.

In het kort

De schoonmaak-cao verhoogt de lonen in twee stappen met samen 6,19 procent, maar verlaagt bij korter dienstverband het loon tijdens ziekte en breidt tegelijk de reisvergoeding sterk uit. Daardoor kan een schoonmaker met veel kilometers meer merken van de vergoeding dan van de eerste loonstap, terwijl een zieke werknemer juist inkomen mist. Werkgevers moeten de extra kosten terugverdienen via hogere contractprijzen, hogere productiviteit of een lagere marge. De nieuwe stakingsdreiging gaat daarom niet alleen over een percentage, maar over de verdeling van risico tussen werknemer, schoonmaakbedrijf en klant.

De werkgeversvereniging wil de tweejarige overeenkomst die met CNV is gesloten niet openbreken. FNV staat daar lijnrecht tegenover: ruim vier op de vijf geraadpleegde FNV-leden verwierpen het resultaat en de bond kondigde na acties in september nieuwe stakingen aan. Voor ongeveer 120.000 werknemers wordt de uitkomst concreet op de loonstrook, in de kilometervergoeding en op dagen waarop zij ziek zijn.

De cao loopt van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028. Het overzicht van CNV noemt een loonstijging van 3,1 procent op 1 januari 2027 en nog eens 3 procent op 1 januari 2028. Dat is samengesteld 1,031 × 1,03 − 1 = 6,193 procent, iets meer dan een simpele optelsom van 6,1 procent. Tegelijk wordt de reisvergoeding vanaf 2027 breder en verandert de loondoorbetaling bij ziekte naar diensttijd.

De arbeidsmarkt blijft krap en cao-lonen stijgen nog stevig. CBS meldde voor het derde kwartaal van 2026 een voorlopige gemiddelde cao-loongroei van 4,0 procent. De snelle inflatieraming voor september kwam uit op 3,4 procent. Dat landelijk gemiddelde voorspelt deze schoonmaak-cao niet, maar verklaart waarom koopkracht en kostenbeheersing botsen.

Omslagfoto: Piet Adema, voorzitter van Schoonmakend Nederland, in 2018. Archieffoto: ChristenUnie, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons, uitsnede.

De loonstappen zijn helder maar de koopkracht niet

CNV kreeg in juni instemming van zijn leden. De bond presenteerde de loonreeks als 6,1 procent in twee jaar, met een heropeningsmogelijkheid als de inflatie over de looptijd boven de loonstijging uitkomt. FNV eiste 12 procent en wees erop dat veel leden het pakket te mager vinden, vooral door de regeling bij ziekte. De bonden beoordelen dus niet alleen hetzelfde loonpercentage anders; zij wegen ook reiskosten, zekerheid en risico anders.

Een volledig rekenvoorbeeld maakt de loonstap tastbaar. Neem een schoonmaker die 28 uur per week werkt tegen €16 bruto per uur. Het bruto jaarloon vóór vakantiegeld is 28 × 52 × €16 = €23.296, of gemiddeld €1.941,33 per maand. De eerste stijging van 3,1 procent voegt €722,18 bruto per jaar en €60,18 bruto per maand toe. Na de tweede stap van 3 procent komt het jaarloon uit op €24.738,73. Dat is €1.442,73 bruto per jaar en €120,23 bruto per maand meer dan de beginstand.

Netto volgt niet rechtstreeks uit de cao. Heffingskortingen, pensioenpremie, toeslagen en het overige huishoudinkomen bepalen wat overblijft. Neem uitsluitend als vereenvoudigd rekenvoorbeeld een marginale inhouding van 20 procent op de extra loon-euro. Dan resteert na beide stappen ongeveer €96,18 per maand en €1.154,18 per jaar. Dit is geen loonstrookberekening; bij een andere inhouding verandert de uitkomst.

De koopkracht hangt ook van prijzen af. De snelle CBS-raming van 3,4 procent inflatie in september is gemeten ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder en gebaseerd op nog onvolledige gegevens. Als prijzen in 2027 en 2028 samen sneller stijgen dan 6,19 procent, daalt de reële loonwaarde. Valt de inflatie duidelijk terug, dan wint de werknemer koopkracht.

Reiskosten kunnen zwaarder wegen dan de loonstap

De opvallendste verschuiving buiten het loon zit in woon-werkverkeer. Volgens het cao-resultaat krijgen vanaf 1 januari 2027 ongeveer 85.000 werknemers recht op vergoeding van alle woon-werkkilometers. CNV ging bij bekendmaking uit van €0,25 per kilometer. De invoering is uitgesteld zodat schoonmaakbedrijven de kosten in klantcontracten kunnen verwerken. De vergoeding helpt dus pas duurzaam als de werkgever haar kan doorberekenen of elders compenseren.

Rekenvoorbeeld: bij 20 kilometer enkele reis, vijf reisdagen per week en 46 werkweken ontstaat 20 × 2 × 5 × 46 = 9.200 kilometer per jaar. Tegen €0,25 is dat €2.300 per jaar, gemiddeld €191,67 per maand. Voor iemand die deze afstand werkelijk rijdt en eerder niets ontving, is dat ruim drie keer de bruto maandwinst van €60,18 uit de eerste loonstap. Wie dichtbij werkt, weinig reisdagen heeft of al een vergoeding kreeg, profiteert veel minder. De vergoeding is bovendien geen basisloon en telt anders mee voor pensioen en toekomstige loonstappen.

Mobiele schoonmakers op wisselende locaties kunnen relatief veel winnen. Werknemers op een vaste locatie dicht bij huis zien vooral de loonstap. De werkgever betaalt juist het meest voor personeel met veel kilometers, terwijl de opdrachtgever dezelfde schoonmaakprestatie afneemt. Betere planning kan kosten beperken, maar mag reistijd en bereikbaarheid niet eenzijdig bij werknemers neerleggen.

Loon bij ziekte verdeelt werknemers in drie groepen

De meest omstreden bepaling raakt het loon tijdens ziekte. In het akkoord ontvangt een werknemer met minder dan twee dienstjaren 85 procent, met twee tot en met zes dienstjaren 90 procent en met meer dan zes dienstjaren 100 procent. Er geldt steeds een bodem ter hoogte van het wettelijk minimumloon. De regeling beloont lang dienstverband, maar legt meer inkomensrisico bij nieuwere werknemers.

Bij €16 per uur en 28 uur per week is het gewone brutoloon €448 per week. Zonder rekening te houden met de minimumloonbodem is 15 procent daarvan €67,20 en 10 procent €44,80. Dat is het maximale ruwe verschil per ziekteweek voor de eerste twee groepen; de werkelijke inhouding kan lager zijn door de bodem en andere cao-regels. Voor iemand met meer dan zes dienstjaren is er volgens deze staffel geen procentueel loonverlies.

FNV maakte hiervan een breekpunt. Bij de afwijzing door 81 procent van de stemmende leden stelde de bond dat ziek zijn geen financiële straf mag opleveren. Tijdens de landelijke actieweek in september koppelde FNV dit aan inflatiecompensatie, een hoger loon en gelijke toeslagen voor hotelschoonmakers. Werkgevers kunnen aanvoeren dat lager ziekloon kort verzuim beperkt en de lasten beheersbaar houdt. Dat is het sterkste redelijke tegenargument, maar het bewijs moet aantonen dat verzuim daalt zonder meer doorwerken bij ziekte of gezondheidsschade.

De verdeling is ook bedrijfseconomisch niet neutraal. Een onderneming met veel ervaren krachten betaalt bij ziekte honderd procent door, maar profiteert mogelijk van minder verloop en hogere productiviteit. Een bedrijf met veel nieuwe werknemers betaalt een lager percentage, maar kan meer wervings- en opleidingskosten hebben. Een lagere ziektekostenpost is dus niet automatisch een lagere totale kostprijs.

De klant betaalt alleen als contracten meebewegen

Schoonmaak is arbeidsintensief. Neem als scenario aan dat arbeid 80 procent van een contractprijs vormt. De eerste loonstap van 3,1 procent verhoogt de directe kostprijs dan met 0,80 × 3,1 = 2,48 procent als productiviteit, uren en overige kosten gelijk blijven. Over beide loonstappen is de samengestelde loonstijging 6,193 procent. De directe druk op de contractprijs is dan ongeveer 0,80 × 6,193 = 4,95 procent, vóór extra reiskosten, materiaal, verzuim en marge.

Bij voldoende prijsruimte betaalt de opdrachtgever via een hoger contract. Kan die niet of pas later bijbetalen, dan draagt het schoonmaakbedrijf de tijdelijke last via marge of kasstroom. Wordt het werk anders gepland of geautomatiseerd, dan kan productiviteit een deel opvangen. Worden uren geschrapt of stijgt de werkdruk, dan betaalt de werknemer indirect. Dezelfde cao kan dus tegelijk goed zijn voor het loon en scherp voor de bezetting.

De omgekeerde vraag is hoeveel productiviteit nodig is als de klantprijs niet stijgt. Zonder andere veranderingen moet de productie per gewerkt uur na beide loonstappen eveneens 6,193 procent hoger liggen om de arbeidskosten per eenheid gelijk te houden. Staat de klant een prijsstijging van 2 procent toe en is 80 procent van de kostprijs arbeid, dan daalt de vereenvoudigde productiviteitsdrempel naar ongeveer 3,60 procent. Dit voorspelt niet hoeveel sneller een schoonmaker verantwoord kan werken.

Daar zit een praktische grens. Sneller lopen, minder minuten per ruimte of grotere werkgebieden zijn geen gratis productiviteit als kwaliteit daalt, klachten toenemen of verzuim stijgt. Echte winst kan ook komen uit betere routeplanning, materiaal, toegang tot gebouwen en minder wachttijd. Opdrachtgevers hebben daar invloed op.

Drie paden laten zien waar de marge terechtkomt

Voor 2027 en 2028 liggen de loonstappen vast; voor 2029 bestaat binnen deze cao nog geen afspraak. Daarom gebruiken we voor 2029 een rekenaanname van 2,5 procent loonstijging en kennen we geen kansen toe. Alle paden starten eind 2026 op index 100, nemen een arbeidsaandeel van 80 procent en houden niet-arbeidskosten gelijk. De benodigde prijsindex is 0,8 × de cumulatieve loonfactor gedeeld door de cumulatieve productiviteitsfactor, plus 0,2.

In het basispad stijgt de productiviteit elk jaar één procent en gaan klantprijzen in 2027 en 2028 met 2,5 procent omhoog, gevolgd door 2 procent in 2029. De benodigde prijsindex bereikt dan 104,51, terwijl de klantprijsindex op 107,17 uitkomt. Er resteert 2,66 indexpunten ruimte voor reiskosten, materiaal, verzuim en marge. Dat betekent niet dat de winst met dit percentage stijgt, omdat kosten bewust buiten het model blijven.

Het pad met sterke doorgifte combineert jaarlijks 1,5 procent productiviteitsgroei met klantprijzen van 3, 3 en 2,5 procent. Daar ontstaat meer ruimte, maar de opdrachtgever betaalt mee. In het drukpad groeit de productiviteit jaarlijks slechts 0,5 procent en stijgt de klantprijs elk jaar één procent. Dan blijft in 2029 ongeveer 1,50 indexpunt tekort. Dat moet uit marge, andere besparingen of later prijsherstel komen.

De scenario’s tonen vooral welke aanname het oordeel verandert. Productiviteit is gunstig als zij uit planning en techniek komt. Hogere klantprijzen zijn verdedigbaar als de opdrachtgever kwaliteit en continuïteit wil. Lage prijsruimte én lage productiviteit is het gevaarlijkst: dan groeit de kans op personeelstekort, werkdruk of een nieuwe onderhandelingsronde.

Het oordeel hangt niet alleen van 6,1 procent af

De cao bevat echte verbeteringen. De loonstappen liggen vast, veel meer werknemers krijgen reiskosten vergoed en lang dienstverband wordt beloond met volledige loondoorbetaling bij ziekte. Tegelijk is de kritiek van FNV economisch begrijpelijk. Nieuwere werknemers dragen een groter ziekterisico, terwijl de nominale loonstijging pas koopkracht oplevert als de inflatie lager blijft.

Voor werkgevers is dit geen simpele keuze tussen toegeven en weigeren. Schoonmakend Nederland moet aannemelijk maken dat klantcontracten en productiviteit de hogere lasten kunnen dragen zonder de werkdruk te verhogen. Voor opdrachtgevers geldt hetzelfde: wie continuïteit en kwaliteit verlangt, kan loon, reizen en verzuim niet buiten de schoonmaakprijs houden. Een cao die op papier betaalbaar is maar in de uitvoering tot minder uren of meer verloop leidt, lost het probleem niet op.

Ons oordeel is dat het pakket financieel verdedigbaar kan zijn, maar sociaal zwak blijft op het ziekloon voor werknemers met een kort dienstverband. Nieuwe cijfers kunnen dat veranderen: aantoonbaar lager verzuim zonder meer doorwerken bij ziekte, contractprijzen die loon- en reiskosten volgen, en inflatie over 2027 en 2028 onder de samengestelde 6,19 procent. Ontbreekt dat bewijs, dan blijft de rekening te ongelijk verdeeld. Lees ook: Loongroei geeft werknemers minder ruimte dan het lijkt.

Word lid van De Belegger

Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.

Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar, Half Jaar en Ere lid, tot en met 4 oktober 2026, 23:59.

Ere lid

€ 1.500 € 1.005 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

gewoon altijd toegang tot alles

Uitgelicht

5 Jaar

€ 799 € 535,33 eenmalig

  • Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
  • Echte verdieping in de cijfers en het management
  • De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
  • Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
  • Alles op de site en in de app

verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement

Bekijk de lidmaatschappen

We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.

Bronnen

Lees ook

Deel dit artikel

WhatsAppXLinkedIn

Open in de app