Amerikaans handelstekort zwelt aan maar de beurs ziet ook groeikansen
Het Amerikaanse handelstekort loopt op tot 105,6 miljard dollar. Onder die tegenvaller schuilt een sterke vraag naar chips en machines. Voor beleggers telt vooral wat die investeringen straks opleveren.
In het kort
Het Amerikaanse handelstekort is in augustus opgelopen tot 105,6 miljard dollar. Dat zet vraagtekens bij de belofte dat invoerheffingen de handelsbalans snel zouden verbeteren, maar is geen bewijs dat Amerikaanse bedrijven instorten. De invoer van chips en machines nam juist toe. Voor beleggers is de beslissende vraag of die aankopen toekomstige winst opleveren of vooral dure overcapaciteit creëren.
Het Bureau of Economic Analysis publiceerde op 6 oktober een ongemakkelijke combinatie. De Verenigde Staten exporteerden in augustus voor 315,2 miljard dollar en importeerden voor 420,8 miljard dollar aan goederen en diensten. De uitvoer groeide met 1,4 procent ten opzichte van juli, maar de invoer met 4,3 procent. Daardoor liep het tekort met 13,7 procent op.
Een handelstekort klinkt als een verliesrekening. Dat is het niet. Amerikaanse afnemers krijgen producten, grondstoffen en diensten voor hun betalingen terug. Of dat economisch verstandig is, hangt af van wat ze kopen, tegen welke prijs en wat ze ermee doen. Juist daarom geeft het grote negatieve saldo beleggers minder houvast dan de samenstelling eronder.
Chips en machines maken het tekort minder eenduidig
Volgens de officiële uitsplitsing nam de goedereninvoer van industriële materialen met 9,1 miljard dollar toe. Ruwe olie droeg daar 3,3 miljard aan bij en niet-monetair goud 3,1 miljard. De invoer van kapitaalgoederen steeg met 6,2 miljard dollar, met onder meer 2,4 miljard extra aan halfgeleiders en 1,3 miljard aan overige industriële machines. Dit zijn veranderingen in maandbedragen, geen groeipercentages.
Een ingevoerde chip kan in een datacenter belanden dat vervolgens jarenlang diensten verkoopt. Een machine kan een Amerikaanse fabriek productiever maken. De import verschijnt meteen in de handelscijfers, terwijl de opbrengsten later komen. Wie uitsluitend een kleiner tekort nastreeft, kan daardoor ook investeringen afremmen die de binnenlandse productie uiteindelijk versterken.
Daar staat iets wezenlijks tegenover. Investeren is nog geen verdienen. Wanneer bedrijven tegelijk te veel capaciteit neerzetten, kunnen prijzen dalen en afschrijvingen oplopen. De chipverkoper ontvangt dan eerder geld dan de eigenaar van het datacenter. Voor aandeelhouders is dat verschil in timing belangrijk: sterke orders bij leveranciers en een aantrekkelijk rendement bij hun klanten zijn twee afzonderlijke vragen.
Diensten vangen een deel van het goederentekort op
Het tekort op goederen bedroeg in augustus 136,6 miljard dollar. Daartegenover stond een dienstenoverschot van 31,0 miljard. Samen levert dat het totale tekort van 105,6 miljard op. Een analyse die alleen goederen telt, mist dus een omvangrijke Amerikaanse inkomstenbron. Denk bij diensten aan onder meer financiële dienstverlening, zakelijke diensten en vergoedingen voor intellectueel eigendom.
Een rekenvoorbeeld laat zien waarom dat onderscheid telt. Als de goederenhandel volledig gelijk blijft en het dienstenoverschot met 10 procent stijgt, neemt dat overschot met 3,1 miljard dollar per maand toe. Het totale tekort daalt dan naar 102,5 miljard. Dat is 37,2 miljard dollar op jaarbasis als die maandelijkse verbetering twaalf maanden standhoudt. Het is een scenario in nominale dollars, geen gerealiseerde jaaruitkomst en geen netto bedrijfswinst.
Voor een Nederlandse belegger biedt de Amerikaanse handelsbalans daardoor ook een aanwijzing waar verdienmodellen zitten. Een onderneming die software internationaal verkoopt, heeft andere kansen dan een bedrijf dat ingevoerde onderdelen assembleert. Bij het tweede kunnen extra invoerheffingen of een zwakkere dollar de kostprijs verhogen. Bij het eerste kunnen buitenlandse klanten juist een belangrijke bron van schaalvoordelen zijn.
Meer handel is bovendien niet hetzelfde als meer marge. Een leverancier kan een recordomzet boeken terwijl hogere transportkosten en kortingen de winst uithollen. Het beursbelang van deze cijfers zit daarom vooral in de vervolgvraag bij kwartaalresultaten: hoeveel van de extra vraag blijft over als vrije kasstroom, nadat ook de investeringsrekening is betaald?
De tarieven zijn niet verdwenen uit de rekening
De invoerwaarden in de handelsstatistiek bevatten doorgaans geen Amerikaanse invoerrechten. Een extra heffing verschijnt dus niet automatisch als een hoger importbedrag in deze tabel. Zij kan wel de prijs voor de Amerikaanse koper verhogen en veranderen waar, wanneer en hoeveel bedrijven inkopen. De maandelijkse handelsbalans is daardoor een gebrekkige thermometer voor de totale rekening van het tarievenbeleid.
Een tekort dat oploopt, bewijst op zichzelf niet dat iedere heffing zinloos is. Het kan bijvoorbeeld tijd kosten om productie te verplaatsen. Maar het tegendeel geldt net zo goed: een lager tekort bewijst niet dat Amerikanen rijker worden. Als huishoudens minder kunnen besteden en bedrijven investeringen schrappen, kan de invoer dalen terwijl de economie verzwakt. Een kleiner saldo kan dus ook een slecht teken zijn.
Daar komt een opvallende nuance bij. Over januari tot en met augustus lag het tekort volgens het BEA 138,2 miljard dollar, of 19,9 procent, lager dan in dezelfde periode van 2025. Zowel uitvoer als invoer nam over die acht maanden toe. Augustus is dus een verslechtering binnen een jaarvergelijking die nog steeds een verbetering laat zien. Geen van beide perspectieven mag het andere wegdrukken.
Hoeveel extra export is nodig om het tekort te halveren
Draai de vraag eens om. Stel dat de Verenigde Staten hun maandelijkse tekort willen halveren zonder een dollar minder te importeren. Bij een invoer van 420,8 miljard en een beoogd tekort van 52,8 miljard moet de uitvoer naar 368,0 miljard. Dat is 52,8 miljard meer dan de huidige 315,2 miljard, oftewel ongeveer 16,8 procent extra export. Alleen zeggen dat het land meer moet verkopen, onderschat dus de omvang van die opdracht.
De formule is eenvoudig: benodigde uitvoer = invoer minus gewenst tekort. Een alternatief is minder importeren. Bij gelijkblijvende uitvoer zou een halvering van het tekort 52,8 miljard minder invoer vragen, ongeveer 12,5 procent. Maar wanneer juist machines, chips of noodzakelijke grondstoffen verdwijnen, kan die verbetering op papier de toekomstige productie raken. De kwaliteit van de aanpassing weegt zwaarder dan het nette saldo.
Ook bij economische groei is voorzichtigheid nodig. In de berekening van het bruto binnenlands product wordt import afgetrokken om buitenlandse productie die al in bestedingen zit niet als Amerikaanse productie mee te tellen. Dat maakt import geen zelfstandige vernietiger van welvaart. Bovendien behandelt het BEA niet-monetair goud in de nationale rekeningen anders dan in de handelsstatistiek. Het volledige tekort rechtstreeks omzetten in een groeiverlies is daarom een verkeerde rekensom.
Drie routes van augustus naar de komende jaren
Voor een langere blik nemen we de maandbedragen van augustus als vereenvoudigd startniveau voor eind 2026. Dat is nadrukkelijk geen schatting van december. Alle bedragen hieronder blijven maandbedragen in nominale miljarden dollars. De formule voor een volgend jaar is import maal de jaarlijkse groeifactor, minus export maal de eigen groeifactor. We gebruiken 2027, 2028 en 2029 om te laten zien hoe kleine groeiverschillen zich opstapelen.
In het basisscenario groeien invoer en uitvoer elk met 3 procent per jaar. Het maandelijkse tekort komt dan afgerond op 108,8 miljard in 2027, 112,0 miljard in 2028 en 115,4 miljard in 2029. Een groter bedrag betekent hier niet automatisch een grotere scheefgroei: beide handelsstromen groeien even snel. Zonder een afzonderlijk pad voor het bbp valt niets te zeggen over het tekort als aandeel van de economie.
In het gunstige productiviteitsscenario groeit de export jaarlijks 5 procent en de import 2 procent. Het tekort daalt dan naar ongeveer 98,3, 90,3 en 81,7 miljard dollar per maand. In het ongunstige afhankelijkheidsscenario groeit de uitvoer slechts 1 procent en de invoer 5 procent. Dan ontstaat ongeveer 123,5, 142,4 en 162,4 miljard tekort. De scenario’s zeggen niets over kansen en bevatten geen aparte wisselkoers-, inflatie- of beleidsvoorspelling.
Voor de beurs ligt de aantrekkelijkste route niet bij zo weinig mogelijk invoer, maar bij import die productiviteit en verkoopbare productie vergroot. Dat ondersteunt leveranciers van nuttige technologie, terwijl gebruikers hun investeringen uiteindelijk met hogere opbrengsten moeten terugverdienen. Een hoge waardering voor zo’n leverancier blijft alleen houdbaar als de vraag winstgevend en herhaalbaar is. Een eenmalige voorraadopbouw verdient een andere prijs dan jarenlange groei.
De sterkste tegenwerping is dat een land niet onbeperkt op buitenlandse financiering en buitenlandse productieketens kan blijven leunen. Die zorg is terecht, zeker bij strategische goederen. Maar ook dan is voorspelbaar beleid dat rendabele binnenlandse productie mogelijk maakt overtuigender dan het maandelijkse tekort tot scorebord verheffen. Goedkope financiering, beschikbare energie, kennis en uitvoerbare vergunningen bepalen mede of bedrijven werkelijk investeren.
Ons oordeel is daarom dat het augustusrapport vooral een opdracht aan beleggers bevat: volg de opbrengst van de investeringsgolf, niet alleen de importrekening. Dat oordeel wordt ongunstiger als orders later wegvallen, afschrijvingen sneller stijgen dan de omzet of bedrijfswinsten achterblijven ondanks de extra capaciteit. Bij de volgende handelspublicatie op 4 november zijn ook de revisies van belang. Juli werd nu al van 88,6 naar 92,8 miljard dollar tekort bijgesteld; de eerste maandmeting is geen definitief eindpunt.
Lees ook: Wat schiet de G7 op met noodvoorraden als er geen nieuwe diesel bijkomt?
Word lid van De Belegger
Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.
Ere lid
€ 1.500 eenmalig
- Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
gewoon altijd toegang tot alles
5 Jaar
€ 799 eenmalig
- Onbeperkte toegang tot columns, nieuws, verdieping en analyse over de allerbeste aandelen
- Echte verdieping in de cijfers en het management
- De Belegger portefeuille, gedeeld met tekst en uitleg bij elke transactie
- Trainingen die van jou de allerbeste belegger maken, altijd in controle
- Alles op de site en in de app
verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement
We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.
Bronnen
Lees ook
- AMD moet van Helios nu een volle orderportefeuille maken6 oktober 2026 · Van de redactie
- Microns kasberg verandert de rekensom van de geheugencyclus6 oktober 2026 · Van de redactie
- Is de Vanguard S&P 500-ETF zijn stevige premie waard?6 oktober 2026 · Van de redactie
- Vergeet de aandeleninkoop bij Ahold en kijk naar de marge6 oktober 2026 · Van de redactie
- Google Cloud wordt de winstmachine die AI moet betalen6 oktober 2026 · Van de redactie