Zonder nieuwe accountants kan een kantoor niet groeien
Nieuwe eindtermen moeten de accountantsopleiding beter laten aansluiten op de praktijk. Het voorstel ligt nog ter consultatie. De economische winst vraagt minder uitval, goed behoud en aantoonbare kwaliteit.
In het kort
De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding heeft een conceptrapport voor nieuwe eindtermen gepubliceerd. De consultatie loopt van 24 september tot en met 30 oktober 2026; de definitieve eisen zijn dus nog niet vastgesteld. Betere aansluiting tussen studie en praktijk kan de opleiding aantrekkelijker maken. Voor kantoren ontstaat de economische winst pas als meer mensen bekwaam instromen én blijven.
Een accountantskantoor kan genoeg klanten hebben en toch moeilijk groeien. Zonder voldoende bevoegde medewerkers kunnen opdrachten niet onbeperkt worden aangenomen. Nieuwe mensen opleiden kost bovendien tijd van ervaren collega’s, precies de capaciteit die op korte termijn al schaars kan zijn. De discussie over de opleiding raakt daarmee direct aan kosten, tarieven en groeimogelijkheden.
De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding publiceerde op 23 september het conceptrapport Eindtermen 2027. De consultatie begint op 24 september en sluit op 30 oktober. Volgens de aangekondigde planning volgt de definitieve vaststelling eind 2026, met aandacht voor de overgang. Een voorstel over toekomstige eisen is daarmee nog geen wijziging die iedere student vandaag al kan toepassen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Een betere route kan uitval verminderen
Bij een beroepsopleiding telt niet alleen hoeveel studenten beginnen. Het gaat ook om hoeveel van hen de eindstreep halen, hoe lang zij daarvoor nodig hebben en of zij daarna in het beroep blijven werken. Een brede instroom met veel uitval kan duurder zijn dan een iets kleinere instroom die goed wordt begeleid.
De beroepsorganisatie NBA werkt aan een betere verbinding tussen theorie en praktijk. In haar toelichting over een geïntegreerde accountantsopleiding staat die samenhang centraal. De bedoeling is dat leren en werken elkaar versterken. Dat is iets anders dan simpelweg minder kennis verlangen.
De economische logica is begrijpelijk. Wie op het werk ziet waarvoor een theoretisch onderwerp nodig is, kan de opleiding beter plaatsen. Dubbel werk en slecht op elkaar aansluitende onderdelen kosten tijd zonder noodzakelijk extra vakbekwaamheid op te leveren. Maar integratie kan ook meer afstemming van opleiders, werkgevers en begeleiders vragen. De uitkomst hangt dus af van de uitvoering.
Neem een fictieve groep van honderd starters. Als 65 procent de opleiding afrondt en vervolgens 80 procent blijft, levert dat 52 blijvende professionals op. Stijgt het afrondingspercentage naar 75 procent en blijft de retentie gelijk, dan worden dat er 60. Tien procentpunt minder uitval levert in dit voorbeeld acht extra blijvende collega’s op, geen tien.
Begeleiding is een investering met een rekening vandaag
Voor een kantoor verschijnt een deel van de opbrengst pas later. In het eerste jaar vragen starters uitleg, beoordeling en ruimte om fouten te herstellen. Een ervaren accountant die begeleidt, kan die uren niet tegelijkertijd aan een andere opdracht besteden. Dat maakt begeleiding niet onrendabel, maar wel zichtbaar kostbaar.
Een hervorming kan daarom mislukken wanneer het rooster eenvoudiger wordt maar de begeleiding ontbreekt. Studenten krijgen dan meer praktijk, terwijl niemand voldoende tijd heeft om uit te leggen waarom een controlehandeling nodig is. Het risico is dat zij handelingen leren uitvoeren zonder de achterliggende afweging te begrijpen.
Omgekeerd kan goed georganiseerde begeleiding capaciteit opleveren. Een vast aanspreekpunt, passende opdrachten en gerichte feedback kunnen voorkomen dat werk meerdere keren opnieuw moet. De relevante vergelijking is dan niet hoeveel een begeleider kost, maar hoeveel extra productie en minder herstelwerk die begeleiding over de hele opleiding mogelijk maakt.
De NBA beschreef in juli een bijeenkomst over de verdere uitwerking van de geïntegreerde opleiding. Dat onderstreept dat meerdere partijen de route samen moeten vormgeven. Een nieuwe eindterm op papier verandert het dagelijkse leerproces niet vanzelf.
Korter opleiden is alleen waardevol bij dezelfde beroepsbekwaamheid
Een accountant levert meer dan verwerking van cijfers. Bij controlewerk moet hij onder meer bewijs beoordelen, ongewone patronen onderzoeken en kritisch blijven tegenover verklaringen van een klant. Zulke vaardigheden vragen oefening. Een efficiëntere route moet overbodige omwegen verwijderen zonder die oefening uit het programma te halen.
Voor opdrachtgevers heeft kwaliteit een economische waarde. Een snelle of goedkope controle is weinig waard wanneer materiële fouten onopgemerkt blijven. Een kantoor kan bovendien later veel meer tijd kwijt zijn aan herstel, toezicht en reputatieschade dan het met een besparing op opleiding heeft gewonnen.
Daarom moet succes breder worden gemeten dan met studieduur. Afronding, behoud van medewerkers en aantoonbare vakbekwaamheid horen bij elkaar. Als alleen de doorstroom stijgt, terwijl fouten en herstelwerk toenemen, is het capaciteitsprobleem slechts verplaatst. Een goede hervorming maakt mensen eerder zelfstandig inzetbaar op werk dat zij ook werkelijk beheersen.
De omgekeerde tool rekent uit hoeveel extra blijvende professionals nodig zijn om een jaarlijkse investering in opleiding terug te verdienen. Bij 240.000 euro extra kosten en 60.000 euro jaarlijkse bijdrage per extra professional zijn er vier nodig. Die bijdrage is omzet na de aan die medewerker toegerekende extra kosten, niet het volledige factuurbedrag.
Meer capaciteit is niet hetzelfde als meer declarabele uren
Een extra medewerker levert niet automatisch zijn volledige werkweek aan facturen op. Opleiding, verlof, overleg en kwaliteitscontrole vragen tijd. Ook moet er voldoende passend werk zijn. Wie de opbrengst van een opleiding berekent met 100 procent bezetting, maakt de investering kunstmatig aantrekkelijk.
De gevoeligheid voor declarabele tijd is groot. Bij 1.600 beschikbare uren, 65 procent declarabiliteit en een gerealiseerd uurtarief van 100 euro ontstaat 104.000 euro omzet. Tegen 80.000 euro aan toegerekende jaarlijkse kosten resteert 24.000 euro bijdrage. Daalt de declarabiliteit naar 55 procent, dan halveert die bijdrage tot 8.000 euro. De bedragen zijn illustratief en beschrijven geen gemiddeld accountantskantoor.
Die rekensom verklaart waarom behoud belangrijk is. Vertrekt iemand kort nadat de zwaarste begeleidingskosten zijn gemaakt, dan profiteert een ander kantoor mogelijk van een deel van de investering. Dat pleit voor aantrekkelijk werk, perspectief en goede begeleiding gedurende de hele loopbaan. Alleen de toegang tot het beroep verbeteren is onvoldoende als mensen daarna snel vertrekken.
Voor kleinere kantoren kan samenwerking een rol spelen. Zij kunnen niet voor ieder vakgebied voortdurend een eigen specialist of opleider beschikbaar hebben. Gezamenlijke opleidingsvoorzieningen kunnen kosten spreiden. Tegelijk moet duidelijk blijven wie verantwoordelijk is voor de begeleiding en beoordeling van de student. Schaal bespaart alleen geld als de kwaliteit van de dagelijkse begeleiding overeind blijft.
Het rendement wordt pas over meerdere jaren zichtbaar
Een fictief opleidingsprogramma met 150.000 euro startkosten kan heel verschillende paden volgen. In het ongunstige scenario levert het jaarlijks 20.000, 30.000 en 40.000 euro extra netto-kasbijdrage op. In het basispad is dat 50.000, 70.000 en 90.000 euro. Het gunstige pad gebruikt 80.000, 120.000 en 160.000 euro.
Na drie jaar resteert daarmee een cumulatief saldo van min 60.000, plus 60.000 of plus 210.000 euro. Het gaat om kasbijdragen na de terugkerende opleidingskosten, vóór belasting en zonder discontering. De tool laat alle negen jaaruitkomsten zien. Zij voorspelt niet wat de voorgestelde eindtermen landelijk opleveren.
De beslissende toets voor de hervorming is uiteindelijk eenvoudig te formuleren en lastig uit te voeren: komen er meer bekwame accountants beschikbaar tegen aanvaardbare totale opleidingskosten? Daarvoor zijn gegevens nodig over afronding, uitval, behoud en kwaliteit na invoering. Tot die tijd is het conceptrapport een richting voor verbetering. De economische opbrengst moet nog blijken uit wat studenten en kantoren in de praktijk anders kunnen doen.
Word lid van De Belegger
Alle prijzen zijn inclusief btw. Eén keer kiezen, meteen alles open.
Met de code GRAAG krijg je 33 procent korting op 5 Jaar en Ere lid, tot en met 1 oktober 2026, 23:59.
Ere lid
€ 1.500 € 1.005 eenmalig
- onbeperkt toegang tot alles op de site en de app
- onbeperkt toegang tot exclusieve content
- onbeperkt toegang tot volledige portefeuille en transacties
- onbeperkt toegang tot trainingen en cursussen
- leer beleggen en blijf op de hoogte van alles
gewoon altijd toegang tot alles
5 Jaar
€ 799 € 535,33 eenmalig
- onbeperkt toegang tot alles op de site en de app
- onbeperkt toegang tot exclusieve content
- onbeperkt toegang tot volledige portefeuille en transacties
- onbeperkt toegang tot trainingen en cursussen
- leer beleggen en blijf op de hoogte van alles
verloopt automatisch na 5 jaar, geen abonnement
We willen alleen tevreden klanten: niet tevreden binnen 14 dagen, dan je geld terug. Ook per half jaar mogelijk: € 199 elke 6 maanden.
Bronnen
Lees ook
- Dubai ziet toeristen terugkeren maar hotelbezetting vertelt niet alles28 september 2026 · Van de redactie
- AI-agenten besparen pas geld als toezicht en fouten worden meegerekend28 september 2026 · Van de redactie
- Een veiliger UBS drukt het rendement voor aandeelhouders28 september 2026 · Van de redactie
- Wie leraar wordt moet verder rekenen dan het maandsalaris28 september 2026 · Van de redactie
- MongoDB verliest zijn nieuwe CEO al na tien maanden aan Meta28 september 2026 · Van de redactie